donderdag 2 februari 2012

Dichtersbankje | Wislawa Szymborska

Foto: © Bert Bevers | Postkantoor Groenplaats | Antwerpen


Uit de voorraad Bevers collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht): Wislawa Szymborska>


Het schrijven van een C.V.

Wat moet je doen?
Je moet een aanvraag indienen
en bij die aanvraag een c.v. insluiten.

Ongeacht de lengte van het leven
moet het c.v. kort zijn.

Bondigheid en selectie zijn verplicht.
Vervang landschappen door adressen
en wankele herinneringen door vaste data.

Van alle liefdes volstaat de echtelijke,
en van de kinderen alleen die welke geboren zijn.

Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent.
Reizen alleen indien buitenlands.
Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom.
Onderscheidingen zonder waarvoor.

Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat
en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven.

Ga zwijgend voorbij aan honden, katten en vogels,
rommeltjes van vroeger, vrienden, dromen.

Liever de prijs dan de waarde,
de titel dan de inhoud.
Eerder nog de schoenmaat dan waarheen hij loopt,
hij voor wie jij doorgaat.

Daarbij een foto met één oor vrij.
Zijn vorm telt, niet wat het hoort.
Wat hoort het dan?
Het dreunen van de papiervernietigers.

©Wislawa Szymborska

Uit: Einde en begin.
Gedichten 1957 - 1997

Dichtersbankje | U-Boot-Männer

Foto: © Bert Bevers | Sint-Gummarusstraat | Antwerpen

Uit de voorraad Bevers collectie Mellendijk (keuze dichters en gedichten) : U-Boot-Männer>



Lili Marlen - zur See

Auf dem Atlantik, auf dem weiten Meer,
schwimmet unser U-Boot so langsam hin und her,
und wenn wir denn auf Tiefe gehn,
so hab´n wir meistens was gesehn,
: wie bei dir, Lili Marlen :

Plötzlich ruft der Posten:
"Rauchfahne voraus!"
Das kann drei Aale kosten und macht uns gar nichts aus,
denn sollten sie daneben gehn,
kann uns daraus kein Leid entstehn,
: wie bei dir, Lili Marlen :

Wenn die Spanten krachen, und das Licht geht aus
und wir sacken tiefer, das macht uns gar nichts aus,
und wenn wir denn auf Tiefe gehn,
bei tausend Meter bleib´n wir stehn,
: wie bei dir, Lili Marlen :

Wir sind ja Artisten, wir machen uns nichts draus,
und aus jeder Tiefe steig´n wir gemütlich aus,
bei tausend Metern wird´s erst schön
wenn wir zu Fuss nach Hause gehn,
: wie bei dir, Lili Marlen :

Gesungen in den Stützpunkten zu vorgerückter Stunde.
Schon ab einer Tiefe von ca. 50-60 Metern bestand kaum noch eine Chance,
aus einem gesunkenen U-Boot lebend herauszukommen.

Naschrift: Zie ook: Gemengde berichten: Koud getuigschrift>

woensdag 1 februari 2012

Dichtersbankje | Gerard van het Reve

Foto: © Bert Bevers | Park Kasteel Steytelinck | Wilrijk

Uit de voorraad Bevers collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht): Gerard van het Reve>

Hymne voor M.

Gij die alles weet en alles begrijpt,
ook waar Uw zoon geen tijd voor heeft en geen geduld,
tot U, lieve Moeder, zing ik dit lied:
van U gekomen, keer ik tot U terug.
Moge het niet te lang duren voordat ik weer bij U ben.


© Gerard van het Reve 

dinsdag 31 januari 2012

Dichtersbankje | Ad Zuiderent

Clip: © P. Hemels | 2:13 bankje voor Ad Zuiderent

Uit de collectie Mellendijk (2:13): Ad Zuiderent> 


LANG VERHAAL

'De vijver in mijn tuin is niet van deze wereld.'

Dat vraagt een lang verhaal, met waterwezens,
klontering van kroos en naamloze verdronkenen.

Niet voor de lol laat ik rottingsgassen
eruit ontsnappen, met de buren op mijn lip.
Ook ik dis liever goudvis vredig naast de poes.

Geeft hengelen in troebel water troost, wanneer
het mis is? Ik heb geen vijver in mijn tuin,

maat hij verspreidt zijn geuren tot in eeuwigheid.

© Ad Zuiderent uit Natuurlijk evenwicht 
uitgeverij De Arbeiderspers, 1984 
ISBN 90 295 6105 X



maandag 30 januari 2012

Dichtersbankje | Hans Sleutelaar

Foto: © Louis Radstaak | Gemeente Lochem 

Uit de voorraad Radstaak collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht): De Nieuwe Stijl> 

Gisteren kwam ik ongevraagd te weten
hoe Kees Buddingh' is doodgegaan.

'Door niets of niemand bijgestaan,
de zusters waren hem vergeten.'

Hij rukte 's nachts, door iets bezeten,
de plastic slangen van zijn armen.

Toen is hij domweg uitgeteerd en
's morgens bleek hij gekrepeerd.'

Ik heb Kees lang geleden goed gekend;
de ouwe rot, bij wie ik mij kwam warmen.

Dan, op een toon die rekent op erbarmen:
'Hans, je had hem nauwelijks herkend.'

© Hans Sleutelaar | Vermiste stad