woensdag 17 december 2014

Dichtersbankje | Remco Campert

Foto: © Bert Bevers | Overtoom | Amsterdam

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Remco Campert>

Op de Overtoom

Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen
ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd
wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren hangt nog aan me
ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden
we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?
omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit



© Remco Campert
Uit: Nieuwe herinneringen.

De Bezige Bij, Amsterdam, 2007

maandag 15 december 2014

Dichtersbankje | De Maximalen | Arthur Lava



Uit de collectie Mellendijk (keuze dichtersgroep en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: De Maximalen> Arthur Lava>


Toekomstmuziek

Geef mij ballades uit de Hades
of een opgewekte blues, ik swing op elke
hiphopversie van Vivaldi, mijn smaak

kent geen limiet, dus leve het licht ontvlambaar
geuzenlied, de wals voor weduwen en wezen,
de bloedeloze stierenvechtersrapsodie.

En vanzelfsprekend zweer ik bij de alchemie
van een schlager voor de goede zeden
of een nocturne voor de ochtendmens.

Maar wat bovenal moet worden aangeprezen
is een marsmuziek, jawel een marsmuziek,
die de mensheid van marcheren zal genezen.

© Arthur Lava>
uit: 'Bravissimo!', 1994.

zaterdag 13 december 2014

Dichtersbankje | Joost van den Vondel

Foto: © Bert Bevers | Vondelpark | Amsterdam



Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en dichter) voorraad Mannen van Bevers: Joost van den Vondel>


Klachten des Poëets

Wat ramp, wat ongeluk plaagt nog mijn grijze haren!
Wat schande moet mij nog, eilacy! wedervaren!
Wat droefheid, wat verdriet, wat leed komt mij nog aan,
In dees mijn wintertijd, die haast zou zijn gedaan!
Wanneer ik overdenk èn ’tgeen ik was vóór dezen,
En wat ik, tot mijn smaad, moet tegenwoordig wezen;
Wanneer ik mij bezie in dees mijn hoogste nood,
Mijn lijden is te zwaar, mijn ongeluk te groot.
Maar doch, indien mij ’t leed, indien de hoge stromen
Van zo veel lijdens mij zal moeten overkomen,
Ik lijd ze, zo ik kan, ik wacht ze met geduld,
Ik voeg mij na de tijd, hoe ’t ongeval ook brult.
Maar gij, Mary! en gij, o rei der Heil’ge Maagden!
Die ’t al, èn lijf èn goed, ook voor de Godsdienst waagden,
Ai, ziet mij gunstig aan, hebt achting op mijn druk
Hebt meelij met mijn lot, en dit mijn ongeluk!
U heb ik toevertrouwd, U heb ik, al mijn dagen,
Nadat ik ben verlicht, mijn liefde toegedragen;
’k Heb U mij toegewijd, en U ik mij nog geef
Ai, maakt weer (want gij kunt), dat ’k eeuwig met U leef!

Joost van den Vondel

donderdag 11 december 2014

Dichtersbankje | Willem Elsschot

Foto: © Hans Mellendijk | Willem Elsschot Kamer | Elzenveld | Antwerpen 

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mellendijk: Willem Elsschot>




MOEDER

Mijn moederke, ik kan het niet verkroppen
dat gij gekromd, verdroogd zijt en versleten,
zoals een pop waarin een hart zou kloppen,
door 't volk bij 't heengaan in een huis vergeten.

Ik zie uw knoken door uw kaken steken
en diep uw ogen in het hoofd gedrongen.
En ik ben gans ontroerd en kan niet spreken,
wanneer gij zegt 'kom zit aan tafel jongen'.

Ik hoor u 's avonds aan de muren vragen
of gij de vensters wel hebt toegesloten.
Gij kunt de mist niet uit uw hersens jagen.
Uw lied is uit, gij kreunt de laatste noten.

Daar in de verte wordt een put gegraven;
ik hoor zo goed het ploffen van de kluiten.
En achter 't huis zie ik een schimme draven:
hij staat waarachtig reeds op haar te fluiten.

- Kom in, Mijnheer, ik stel u voor aan Moeder.
- Vrees niets, kindlief, al heeft hij naakte benen:
hij is een vriend, een goede vriend, een broeder:
hij is niet ruw, hij wandelt op de tenen.

Tot weerziens dan. Ik kom vannacht of morgen.
Gij kunt gerust een onze-vader lezen,
en zet uw muts wat recht. Hij zal wel zorgen
dat gij geen kou vat en tevree zult wezen.

© Willem Elsschot
uit: 'Verzen van vroeger' (1934)


dinsdag 9 december 2014

Dichtersbankje | Hans Mellendijk

Foto: Peter Bevers | Tenerife
 
 
Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Hans Mellendijk>
 
 
CICATRIZADO

 
Foto: © Hartmut De Maertelaere | Hoboken

Achterhoek, Winterswijk - Tenerife, La Laguna

Gelittekend door aardkorst

verschuiving van tropisch mare
komen in de steengroeve
de Trias tektonische
feiten aan het oppervlak.

Zoas mien taal biesterbaant
zwerend in de moderspraok
ontstarfelek zeek.
Veur eeuweg gelitteikend
'n Wenterse binnenzee.

Zoals de palmbomen in

La Laguna gelittekend
onsterfelijk ziek.
Telkens weer speelse zoute
overwinterings Rorschachtest.

Nog 1 gram metafysica
en de hel barst los.



Noot: 
In de Winterswijkse (Wenterse) steengroeve komen 240 miljoen jaar oude afzettingen van de Muschelkalk (onderdeel van het geologische tijdperk Trias) aan de oppervlakte. Fossielen met onder ander voetsporen van Nothosauriërs. Voordat de aardplaten verschoven lag Winterswijk ter hoogte van het huidige vulkaaneiland Tenerife. Alwaar nu palmbomen met grote 'zwerende' littekens op de bast verhalen over de verschuiving van de binnenzee.

Gepubliceerd in Cicatrizado | Poëzie in Hoboken 2013
 



donderdag 4 december 2014

Dichtersbankjesstoring




Door een  technische storing op het hoofdkantoor kunnen er voorlopig even geen bankjes geplaatst worden. Er wordt driftig gewerkt aan een oplossing!


maandag 1 december 2014

Dichtersbankje | Louis Radstaak

Foto: Internet Aalten Actueel | Windmolenpark Hagenwind infopunt | Barlo



Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mellendijk: Louis Radstaak>

La Mancha

van alle kanten zichtbaar
uit onverwachte standpunten
onaandoenlijk draaiende wieken
verwoesten de kalme horizon
van struiken en bomenrijen

ooit liep hij hier te vechten
tegen aartsvijand ademnood
"joggen moet je, jongen
asthma kan worden verslagen!"
ze maakten hem wat wijs
joggen is voor dwazen

ooit liepen hier koeien en konijnen
vogelaars, paartjes en stropers
in dit ontveende drassige gebied 
zou nooit de stilte verdwijnen

gezeten in zijn rode automobiel
maakt hij omtrekkende bewegingen
rond de machtige propellors
bevestigd aan het projectiel
genaamd Enercon E82/2000

hij laat zijn zonneklep neer
de motor raast onder de kap
zijn Rossinante briest en steigert
een boze hijgende Don Quichote
lanceert zijn opgekropte woede 
in de molens van Hagenwind
voorheen het Aaltense Goor
voortaan La Mancha.

zaterdag 29 november 2014

Dichtersbankje | Hugo Claus

Foto: © Bert Bevers | Leopold De Waelplaats | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Hugo Claus>

Ansichtkaart


Lief, ik zit aan de oever van de Taag
te zingen. Het is hier vrij goed toeven.
Alsof de meeste dingen niet meer hoeven.
Althans niet meer vandaag.
Wel verga ik hier van de schrik, o,
vraag me niet waarvoor, voor
het riet langs de stroom of voor
de gemelijke geest van El Greco.
Wat doe ik hier? Ik eet boekweit
en af en toe een varkensnier.
Mijn Spaans verdriet raak ik voorlopig niet
in jou of in een boek kwijt.


© Hugo Claus
uit: 'Ik schrijf je neer', 2002.


donderdag 27 november 2014

Dichtersbankje | Ferre Grignard

 Foto: © Bert Bevers | Ferre Grignard monument | Wilrijk





Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichter, zanger en song) voorraad Mannen van Bevers: Ferre Grignard>



Ring, ring, I've got to sing

dinsdag 25 november 2014

Dichtersbankje | René van Loenen

Foto: © Bert Bevers: Parkje van Praetlei | Merksem


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van BeversRené van Loenen>


ZONNESTRAAL

Zonnestraal van de sloop geredkopte de krant en ik zag je weer staan
in polaroidkleuren.
Je stond bij het hek van paviljoen D
langs de bomen te staren in het licht
van de zon die bezig was onder
te gaan.
Waar keek je toch naar als het niet was
naar mijn zwaaiende hand en niet
naar de spreeuwen die rusteloos zwermden
boven het hek van paviljoen D?
Wat geen dienst meer doet moet maar
vergaan
, had de maker bedacht.
En ook: Laat de natuur het maar overnemen.
Nu wordt de bouwval gered,
niet om zijn muren, niet om zijn ramen,
maar om het licht in het binnenste
van zijn skelet.
© René van Loenen
Uit: René van Loenen, Pleisterplaats
Mozaïek, Zoetermeer 2014

zondag 23 november 2014

Dichtersbankje | Hans Mellendijk

Foto: © Bert Bevers | Lange Steenstraat | Kortrijk


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mellendijk: Hans Mellendijk>


Overpeinzingen


'Liefde kom terug
in mijn hart.
Nog lang niet jarig,
gek van smart.
Loop ‘k langs bomen,
door rottend bos?
Herfstbladeren vallen,
op ‘t gifgroene mos.

Hoe valt de regel
stijgend neer?
Hoe vangt de tegel
steunend beer?
Vermoeide versvoeten
voeren verst …’

Overpeinzingen,
terwijl hij eender
naar de einder
loopt en maar hoopt.
‘Dat is een feit,
ergens kom
je altijd’,
langkoust z’n brein.
In de verte
dendert een trein.

Over pijn zingen,
zo wil hij klinken.

Struikelend over stronk
de poëzie -de vonk-
schreeuwt zich los.
Hinkend langs bomen.
Dus door bos.

De dichter,
hartstikke
total loss.

Hans Mellendijk
Sirenenlaangedicht 'nDrom, 6 juli 2006


vrijdag 21 november 2014

Dichtersbankje | Thé Lau

Foto: © Bert Bevers | Ooststraat | Roeselare

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstschrijver/dichter en vers) voorraad Mannen van Bevers: Thé Lau>


Thé Lau en Sarah Bettens | Blauw

woensdag 19 november 2014

Dichtersbankje | Ankie Peypers

Foto: © Peter Bevers | Burgerzaal Paleis op de Dam | Amsterdam

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) vooraad Mannen van Bevers: Ankie Peypers>

Topografie

Je bent niet in kaart gebracht.
Je zou een mooi lang land zijn.
Gestrekte armen, je voeten samen,
de ronding van je hoofd;
meridianen om je te verdelen.

Ik heb je niet geleerd op school,
geen dwarsdoorsnede op het bord
dunne lagen tijd,
verstenend.

We praten
maar ik ken je grenzen niet
de kanalen die je hebt gegraven niet
nergens cirkels van je steden
geen windroos in een hoek, geen vaan.

Geen kust waar ik aan land kan gaan.


© Ankie Peypers




maandag 17 november 2014

Dichtersbankje | Bert Bevers

Foto: Bert Bevers | Scheldekaai | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichters en gedicht): voorraad BeversBert Bevers en Hans Mellendijk    

vrijdag 14 november 2014

Dichtersbankje | François Pauwels

Foto: © Peter Bevers | Verzetsmuseum | Plantage Kerklaan | Amsterdam

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers
François Pauwels>

Vaderland

Ik ben geen Hollander, ik ben een mens
en alle mensen zijn mijn landgenoten,
ik voel mij niet door band of boei omsloten
dan door de Liefde wijd-getrokken grens,

mijn oog verdraagt geen microscoop, geen lens
die 't enge beeld onmatig zal vergroten
en van de wentelende wereldkloten
ken ik alleen de wereld van mijn wens!

Er is geen kleur van huis, noch vreemde taal,
wij sterven allen aan dezelfde kwaal
die tussen dood en leven wordt gesponnen

en waar het eenzaam hart in wanhoop slaat
daar is het land waarin mijn vaandel staat
en waar de strijd in vrede wordt gewonnen!


Uit: Dag van leugen’ uit 1952
© Francois Pauwels




dinsdag 11 november 2014

Dichtersbankje | Willem Hussem

Foto: Hans Mellendijk | Beeld: Gerrit Benner | z.j. | Museum Belvédère

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mellendijk: Willem Hussem>


Zet het blauw
van de zee
tegen het
blauw van de
hemel veeg
er het wit
van een zeil
in en de
wind steekt op

© Willem Hussem

zaterdag 8 november 2014

Dichtersbankje | Remco Campert

Foto: © Peter Bevers | Verzetsmuseum | Plantage Kerklaan | Amsterdam


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichters en gedicht) voorraad Mannen van Bevers Remco Campert>

Verzet begint niet met grote woorden

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen

© Remco Campert

woensdag 5 november 2014

Dichtersbankje | Tom Manders

Foto: © Bert Bevers | Saint German des Prés | Paris

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichter en vers) voorraad Mannen van Bevers: Tom Manders>.



maandag 3 november 2014

Dichtersbankje | Hans Warren

Foto: © Peter Bevers | Dijk bij Baarland


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Hans Warren>

Juli aan de Scheldedijk
Wit dons kleeft op het vuile schuim
dat rimpelloos over de slikken
de kust bevloeit. Er stierven krabben
en kwallen droogden tot een vlies.
Laag strijken vale meeuwen over,
ze ruien en hun harde pennen
dalen in puntige spiralen.
Het gras tussen de blauwe spleten
wolkt wrange stuifmeel. Lang geleden
vervloeiden horizon en water.
© Hans Warren

zaterdag 1 november 2014

Dichtersbankje | Ben Jolink & Ferdi Jolij

Foto: © Peter Bevers | Gedempte Singel | Assen


Uit de collectie Mellendijk (keuze teksdichter en vers) voorraad Mannen van Bevers: Ben Jolink & Ferdi Jolij> over het vers>


woensdag 29 oktober 2014

Dichtersbankje | Tim Hardin

Foto: © Bert Bevers | Schrijnwerkersstraat | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze singer-songwriter en song) voorraad Mannen van Bevers: Tim Hardin>

If I Where A Carpenter

If I were a carpenter
and you were a lady,
Would you marry me anyway?
Would you have my baby?

If a tinker were my trade
would you still find me,
carrin' the pots I made,
followin' behind me.

Save my love through loneliness,
Save my love for sorrow,
I'm given you my onliness,
Come give your tomorrow.

If I worked my hands in wood,
Would you still love me?
Answer me babe, "Yes I would,
I'll put you above me."

If I were a miller
at a mill wheel grinding,
would you miss your color box,
and your soft shoe shining?

If I were a carpenter
and you were a lady,
Would you marry me anyway?
Would you have my baby?
Would you marry anyway?
Would you have my baby?





maandag 27 oktober 2014

Dichtersbankje | Querulijn Xaverius

Rotterdam| Bommelmonument | Blaak |
Foto: © Hans Mellendijk | Beeld: © de Artoonisten>

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad MellendijkQuerulijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt 


Ik zie het aan en voel mij hol
en vol van leegte .... 


Fragment van Querulijn Xaverius Markies de Canteclaer van Barneveldt


Sommelaar heeft kloene krachten
opgesokkeld uit de aard! 


Fragment van Querulijn Xaverius Markies de Canteclaer van Barneveldt


zaterdag 25 oktober 2014

Dichtersbankje | Gerrit Komrij | (Hendrik Marsman)


Foto: © Bert Bevers | Munt | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Gerrit Komrij>

De binnenring van Holland

  • Denkend aan Holland
  • zie ik waardepapieren
  • snel door begerige
  • vingers gaan,
  • rijen op koopwaar
  • geile batavieren
  • als zedeprekers
  • op de kansel staan;
  • en in de geweldige
  • bankcatacomben
  • de tankerdollar
  • en de krugerrand,
  • biljetten aan toonder,
  • bigotte mores,
  • Menten, Verolme,
  • in één groot verband.
  • De lucht hangt er laag
  • en de geest wordt er langzaam
  • in parlementarische
  • dampen gesmoord,
  • en op alle terreinen
  • is de stem van de koopman
  • met zijn ethische krampen
  • het meest aan het woord.
Uit: Onherstelbaar verbeterd, 1981, een parodie op de bekende Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman.

donderdag 23 oktober 2014

Dichtersbankjes | Jan Campert en Remco Campert

Foto: © Peter Bevers | Kamp Westerbork  | Hooghalen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichters en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Jan Campert en Remco Campert>



Lied 'De Achttien Dooden'

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal de avond zien.

O lieflijkheid van lucht en land,
van Hollands vrije kust ~
eens door de vijand overmand,
vond ik geen uur meer rust;
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd ?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijd den ijdelen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar ‘t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geëerd,
voordat de vloekb're schennershand
het anders heeft begeerd,

voordat die eeden breekt en bralt
het misselijk stuk bestond
en Hollands landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond,
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk germaans gerief,
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie;
zoo waar als ik straks dood zal zijn,
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar ~
verwerp al wat hij biedt of bood,
die sluwe vogelaar.

Gedenk die deze woorden leest,
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ‘t allermeest
in hunnen rampspoed groot,
zooals ook wij hebben gedacht|
aan eigen land en volk,
er komt een dag na elke nacht,
voorbij trekt ied're wolk.

Ik zie hoe ‘t eerste morgenlicht
door ‘t hooge venster draalt ~
mijn God, maak mij het sterven licht,
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mijn dan Uw genâ,
opdat ik heenga als een man
als ik voor de loopen sta.

Het lied 'De Achttien Dooden' is een gedicht van Jan Campert (1902-1943), dat hij schreef naar aanleiding van de executie van vijftien Geuzen en drie Februaristakers op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte.


Januari 1943
voor Joekie Broedelet

Ik liep over het karrespoor
op een krakende winterdag

mijn moeder kwam me tegemoet
figuurtje in de verte

de nacht ervoor droomde ik
dat ik een scheepje zeilen deed

mijn hand streelde het kroos
in de blikkerende sloot

het scheepje zeilde naar de overkant
en raakte klem in het oevergras

ik keek op en zag mijn vader staan
hij stak zijn arm door prikkeldraad

hij keek me smekend aan
mijn vader vroeg aan mij om brood


Op die landweg, moeder
hield je me minuten vast

je ogen waren rood
je jas die rook naar stad

de Duitser had per kaart gemeld
mijn vader hij was dood

in Neuengamme, bitter oord
daar hadden ze hem vermoord


Ik voelde niets
maar wist dat ik iets voelen moest

keek langs mijn moeders mouw
naar het lokkend bos

pas toen het kon vertelde ik honderduit
over wat me werkelijk bezighield

de strik die ik had gezet
voor het konijnehol

de hut die ik aan het bouwen was
in de boom die niemand kende

eerst later voelde ik pijn
die niet meer overging

die nog mijn lijf doortrekt
nu ik dit schrijf

lang geleden, toch dichtbij
de tijd duurt één mens lang

© Remco Campert
uit: Scènes in Hotel Morandi, Amsterdam, 

Uitgeverij De Bezige Bij, 1983

dinsdag 21 oktober 2014

Dichtersbankje | Hans Mellendijk

Foto: © Bert Bevers | Koxplein | Borgerhout

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Hans Mellendijk>


BOUWKUNST


‘Ik heb mijn onderwijs genoten in een Gerrit Rietveld.’
klonk het innemend, ruimtescheppend uit haar mond.
Kousenbenen, suggestief zwevend boven de grond,
flirtend, rood, blauw, geel. Puur primair geweld.

‘Ik heb mijn bouwmeester ontmoet in een Frank Lloyd Wright.
Daar bij die waterval. Horizontalen in het prairiegras.’
Woord op woord bouwend, drinkend uit haar Bauhausglas,
terwijl ze met haar wijsvinger spiralend door haar kapsel aait.

‘We verloofden ons in een Mies van der Rohe.
Kolomvrije wijdte, wat een licht en ruimte!
Met een glad glijdende ring overviel hij me.
Een dof zilveren ding, heel kies. Wat ’n mooie.’

‘We trouwden in een Willem Marinus Dudok.
Het best van alles, van beide niet genoeg.
Veel geluk en voorspoed. Lente voor de boeg.
Sneeuwstormend jawoord, ‘n kristallen kus op vlok.’

Ze nestelden zich in een Pieter Blom.
Weldra paaldansend verhouding gekeerd.
Uit het lood, ‘t maken van nesten verleerd.
Instortende nieuwbouw als hij haar beklom.

Ze ging werken in een Renzo Piano.
Uitgewoond, in volle vaart het leven tegemoet stevenend.
In één blik, ’n open kaart, de liefde welgemoed en bevend,
zinnend op ‘n volgende ronde Mikado.

‘Verder’…, fluisterde je me, op het late uur,
- het Hooglied dat je zong toen;
gulden snede en tongzoen -
‘heb ik echt werkelijk niks, met architectuur.’

gepubliceerd in Poëziepuntgl - jaargang 4 - nummer 1 - maart 2006