maandag 30 april 2012

Dichtersbankje | Hans Mellendijk

Foto: © Bert Bevers | Spoorstraat | Zutphen 


Uit de collectie Mellendijk (keuze uit eigen werk) voorraad Bevers: Hans Mellendijk>

Amsterdam, Overtoomse Veld, 30 april 1993

Verkreukeld, verfrommeld, verfomfaaid,
uit een vervlogen tijd aangewaaid,
kijkt James Dean mij ongegrond opstandig aan,
vanaf een verlopen calendarium uit ’91.
Ik vraag mij af, nu ik uitgeput maar voldaan,
na een lange feestelijke wandeling, in het gras lig,
denkend aan zo’n duizelingwekkende vlucht uit het verleden:
‘Hoe vliegt de tijd?’

Door ’n prille meid,
zag ik je zo-even nog snel verkocht.
Terwijl jij liever de vrijheid zocht.
Bent toen uit het Vondelpark door de wind meegezogen,
met scharrelend zwerfvuil door het Rembrandtpark gevlogen.
Op het laatst neergedaald voor de GAK-kantoren.
Om als een objet trouvée, in de tijd bevroren,
door mij bewust te worden geadministreerd.

Uiteindelijk in dit vers hartstochtelijk vereerd.

© Hans Mellendijk

gepubliceerd in Poëziepuntgl - jaargang 4 - nummer 1 - maart 2006 | Seeshirt - Het 13e Erbarmen Festival - Hoe vliegt de tijd? - Varsseveld, 3 juli 1993 | Trouw dicht in de buurt - bundel Noord-Holland - 8 februari 2010




Even

Apeldoorn, 30 april 2009


Era accelereert. 
In de razernij van het gesmoorde feest. 
Even in een flits de collectieve gekte dat we keken naar Back to the Future Part IV.
Marty Mc Fly terug naar negenenvijftig. Doc Brown verwisselde Soestdijk door
Apeldoorn en DeLorean met een zwarte Suzuki Swift. Shift defilé. Kwam aan in
een duivelse daad die voor altijd in hulpverleningstermen onbegrepen zal heten.
Of terecht gekomen in een foute reclamespot van een verzekeringsmaatschappij?
Even 'n kneep in de linker arm. Het koor, de dag dat Nederland z'n onschuld verloor.
Ach schone onschuld die er nooit is geweest. 

Era articuleert.



© Hans Mellendijk
gepubliceerd in Krakatau -30 april 2011

zaterdag 28 april 2012

Dichtersbank | Gerrit Komrij

Foto: © Bert Bevers | Wooldseweg | Winterswijk

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Bevers: Gerrit Komrij>

Leeuwarden | stoeptegel 

donderdag 26 april 2012

Dichtersbankje | Minske van Wijk & Oscar Spierenburg

 
Minske van Wijk | De Veer van César 

Uit de voorraad Bevers> collectie Mellendijk (cineasten, cinematografisch gedicht): Minske van Wijk> & Oscar Spierenburg>



 

zondag 22 april 2012

Dichtersbankje | Jan van Laar sr.

De bankenzetter is een weekje weg voor een welverdiende voorjaarsvakantie. Hij stuurde ons een kaartje vanaf de Keukenhof. 'Vanaf 1 mei of zoveel eerder zal ik mijn arbeid weer met hernieuwde kracht op mij nemen', schreef hij achterop de puike ansichtkaart die de weblogredacteur vanmorgen mocht ontvangen.

Foto: © Ron Scherpenisse | Keukenhof 


Uit de collectie Mellendijk (keuze tekst en toondichter, lied): voorraad ScherpenisseJan van Laar sr.

Ik weet een heerlijk plekje grond
Daar waar die molen staat
Waar ik mijn allerliefste vond
Waarvoor mijn harte slaat
Ik sprak haar voor de eerste keer
Aan de oever van een vliet
En sinds die tijd kom ik daar meer
Die plek vergeet ik niet

refr.:
    Daar bij die molen
    Die mooie molen
    Daar woont het meisje
    Waar ik zoveel van hou
    Daar bij die molen
    Die mooie molen
    Daar wil ik wonen
    Als zij eens wordt m'n vrouw

Als in den stille avondstond
De zon ten onder ging
En ik haar bij de molen vond
In zoete mijmering
Fluisterde ze mij in 't oor
O! heerlijk saam te zijn
De molen draaide lustig door
En ik zei
"Liefste mijn"

refr.

Ik zie de molen al versierd
Ter eer van 't jonge paar
Het hele dorp dat juicht en tiert
Zij leven menig jaar
En zie ik trots de molen staan
Dan zweer ik in dien stond
"Nooit ga ik van die plek vandaan
Waar ik m'n vrouwtje vond"

refr....

© 1935 J.Poeltuyn




zondag 15 april 2012

Dichtersbankje | Jos van Hest

Foto: © Bert Bevers | Zoo | Antwerpen 

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Bevers: Jos van Hest>


vrijdag 13 april 2012

Dichtersbankje | Aloys Terbille

Foto: © Louis Radstaak | Busstation Vreden

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Radstaak: Aloys Terbille> en hier wiki>



Tucht oen orderSoortjes bie soortjes
oen menorkas bie menorkas,
zeag eume Graads.

Dan trok hee ziene
kanienbukke an n nakn
oet t warme nust.

Nich bloos de hoonder,
ook de kanienkes
fein soortje bie soortje.
Övveral an t rämmeln!
Gif niks as gebasterten.
Dat prömmeln hee
zik dan in n board.

Soortjes bie Soortjes!
Bie eume Graads 
oen ook annerswoar.
Elke soort veur zik!
Oen toch is t alle bloos
een soort muze. 

Dichtersbankjes | HiPP

Foto: © Bert Bevers | Zoo | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichterscollectief, gedicht): voorraad Bevers: HiPP Het instituut Praktische Poëzie>


Tractorsporen op het land

tel duf Hanomag
glij de zuiger op en neer
klompen kadansen

deng deng deng deng deng 
Glühkopfzündung hat geklappt
will was mit euch, Deutz

draagt de naam Farmall
oogst internationaal
boerendriewieler

Hans Mellendijk
Louis Radstaak
Bert Scheuter


woensdag 11 april 2012

Dichtersbankje | Luuk Gruwez


Foto: © Bert Bevers | Vogelhuis Zoo | Antwerpen


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Bevers: Luuk Gruwez>


Volière

Van top tot teen vol vogels zit mijn vader.
Er hangen korenblauwe luchten in zijn lijf
en vergezichten om bij weg te dromen
en takken waar men, vogel zijnde, graag op slaapt.

De meest diverse soorten herbergt hij.
Bijvoorbeeld in zijn hoofd iets hoogs,
een torenvalk, een nachtegaal, een kardinaal
of welbespraakten als de papegaai, alsook de ara

uit de karaokebar. Omstreeks zijn kolossale kont,
daar wonen enkel en alleen de doodgewonen:
kanaries, zebravinken, pimpelmezen,
meerstemmig maar saamhorig in hem thuis.

Als al die vogels simultaan duizeling-
wekkend aan het kwetteren slaan,
kan ik de nagalm van zijn zwijgen horen.
Nooit is het stil wanneer mijn vader zwijgt.



© Luuk Gruwez
april 2003 |  tijdschrift 'Het liegend konijn', 1e jaargang nr. 1

maandag 9 april 2012

Dichtersbankje | Wislawa Szymborska

Foto: © Bert Bevers | Alfred Nobellaan | Hoboken

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichters en gedicht) voorraad BeversWislawa Szymborska> 



Een foto van 11 september

Ze sprongen uit de brandende etages naar beneden -
een, twee, nog een paar
hoger, lager.

Een foto hield ze levend tegen
en bewaart ze nu
boven de aarde naar de aarde toe.

Elk van hen is nog een geheel
met een persoonlijk gezicht
en bloed dat goed verborgen is.

Er is tijd genoeg,
voor het haar om los te waaien,
voor de sleutels en het kleingeld
om uit de zakken te vallen.

Ze zijn nog steeds in het bereik van de lucht,
binnen de kring van de plekken
die net zijn opengegaan.

Ik kan maar twee dingen voor hen doen -
die vlucht beschrijven
en geen laatste zin toevoegen.


© Wislawa Szymborska

zondag 8 april 2012

zaterdag 7 april 2012

Dichtersbankje | De Omsmeders | André van Sabben | Helma Snelooper | Dick Molenaar

Foto: © Bert Bevers | Sint-Sebastiaanskerk | Linkebeek 

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichters en gedichten) voorraad Bevers: De Omsmeders | André van Sabben | Helma Snelooper | Dick Molenaar



Gesualdo’s gezangen

Aan lijden en sterven van Christus heb ik
getracht in de menselijke stem een ontroering
aan te brengen ingegeven door het hart.

De lijdensweg en de dood van
hun Koning dompelt geheel
Jerusalem in diepe rouw.

Dat Hij verrijst na 3 dagen
is volgens de voorspelling
twijfelachtig voor het volk.

Na Zijn graflegging is alles
moeilijk te verwerken, hoe
moet het nu verder.

Het levende water, de oorsprong
van alles, is door Zijn kracht
opnieuw gaan stromen.

Elke hindernis overwint Hij,
zelfs de duivel vlucht.

Twee vrouwen zagen slechts
lendendoeken in het graf liggen,
zij die het leven doorgeven
hebben de dood niet gevonden.

Hun smart wordt omgezet
in hoop, dit gebeuren gaat
hun verstand te boven.

De adem van mensen heeft in
klank en woord, de droefenis over
Zijn sterven, levend gezongen.

© André van Sabben in het kader van Tenebrae Responsoreae Oost Nederlands Kamerkoor>





Levend water

vader
aan de andere kant
in een ander land
was deze beker aan je voorbij gegaan
gif en gram
maar je dronk voor de lieve vrede
en vleugellam,

uitgedroogd, beschimpt en geslagen
hebben je ogen mij gezocht
wilde je wat vragen
heb ik mij afgewend, verblind van angst
om je aanraakbaarheid

kon ik niet met je waken
was ik te zwak om je te dragen
een buitenstaander nam je kruis op
in het laatste licht van de avond
en ik ben een andere weg gegaan,
nalatig

vader
aangespoeld
aan de andere kant
in een ander land
heb ik bedacht dat mijn overvloed aan tranen
jou toch moet kunnen laven

zodat je zult opstaan
zoals je altijd hebt gedaan
bij het allereerste licht
je zult vragen: hoe gaat het, mijn deerntje
en je raakt me aan

als een vader
in de kom van je arm
en vol erbarmen
-want je wilde altijd alleen maar geven-
schenk je levend water

© Helma Snelooper in het kader van Tenebrae Responsoreae Oost Nederlands Kamerkoor>


ecce quomodo moritur justus           

als het schor geschreeuwde volk
voldaan zijn brood en pap opzoekt
is het volksvermaak voorbij
het spannend spel gespeeld

die het goede deed
die vriendschap smeedde
sloot ademloos de mond
en boog geknakt het moede hoofd
recessit pastor noster

het licht trekt zich terug           

haar hand strekt zich
en anderen nemen af
het lijf dat leed
brengen in witte wade
maria’s moederkind
naar het woordloos niets
met stenen slot vergrendeld

het licht trekt zich terug
tot in de nacht

hier wordt verdriet
in een verdroogde traan
verbeeld
de wanhoop in muziek
op half verlaagde toon gezet
een hele eeuwigheid
maakt plaats
voor de gebroken tijd

het licht  trekt zich terug
tot in de nacht
tot in de tuin
tot in de grot
en schuilt
 
hier eindigt pijn
en
zal de grote stilte
ook
zoete rustplaats zijn

© Dick Molenaar in het kader van Tenebrae Responsoreae Oost Nederlands Kamerkoor>
  

vrijdag 6 april 2012

Dichtersbankje | De Omsmeders | Nico Arts | Ria Moons | Ankh Gussinklo

 Foto: © Bert Bevers | Grïetrystraat | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze collectief en gedichten) voorraad BeversDe Omsmeders>

Goede Vrijdag

Mag ik Uw gang begrijpen:
Gij zijt niet oud geworden;
voortijdig werd er ingegrepen
met arrestatie en processen.
Veroordeeld en terechtgesteld
op het toppunt van Uw leven.

Het werd de wreedste dag:
boven het benauwde land
werden licht en lucht onklaar.
Er was geen duur, de tijd stond stil;
ontledigd werd Uw laatste dag.

Uw Kruis werd opgericht
Uw armen strak gestrekt
in elke hand een nagel geslagen.
De schacht en de balken
getooid met Uw bloed.

Gij die U bereid verklaarde
het kruishout te aanvaarden
Gij hebt mij welgedaan. –

Mag ik mijn gang begrijpen:
waar de akker wordt geploegd
waar een kruisbeeld langs de weg
de tranen draagt van roest;

geef aan dit kruis Uw Zegen
opdat het troost geeft op mijn weg.


© Nico Arts 
in het kader van Tenebrae Responsoreae Oost Nederlands Kamerkoor>


bekentenis

nee, ik was er niet bij
toen hij door de straten liep,
gebogen onder ons kruis
dat niet te tillen was.

ik hoorde niet het schreeuwen
om Barabbas. het joelen toen
er boven zijn gedoornde hoofd
koning der Joden kwam te staan.

was ik er wel geweest
wat had ik dan gedaan?
had ik weggekeken,
meegehoond, of gejammerd

om dat onverdraaglijk lijden.
zou ik hebben geprobeerd
dit lot te keren?
had ik hem helpen dragen?

ik denk dat ik alleen en stil
stiekem naar huis zou zijn gegaan,
vurig hopend dat ik ergens
toch nog
een vogel
zou horen zingen.

© Ria Moons in het kader van Tenebrae Responsoreae Oost Nederlands Kamerkoor>


Maria’s kruisgang…

Een zwaard, zei hij,
een zwaard zou door mijn hart gaan…

Ach jongen, acht dagen was je pas
je werd besneden, ik voel het heden nog
je huilde de longen uit je lijfje
één kerfje maar het sneed me door de borst.
Nu lijd je dorst hier aan dit martelhout
het koude zweet breekt zich een baan
zwaard dat door mijn ziel zou gaan…

Al toen je twaalf was
wij jou niet konden vinden bij jouw klas
drie dagen en drie nachten in Jerusalem
de ziel onder de arm, tot eind’lijk wij jouw warme
jongensstem vernamen in de tempel
jouw lastig vragen aan de priesterkaste
’t was in mijn ogen vloeken in de synagoge
wie was hier ouder, jij mijn zoon of wij
Zelfs nu je aan dit martelwerktuig bent gekluisterd
toon jij je nog bezorgd om mij…

Hoe wist men eigenlijk
van die zwaardsteek in mijn ziel
o nee het viel niet altijd mee
bevallen ver van huis
die koude stal waar ik je baarde
toch was ’t of engelen de aarde kusten
toen je rustte aan mijn volle borst…

Strand van Tiberias, men vlocht het gras
tot kussens waarop we aan je voeten zaten
vis aten en brokken van je zelfgebroken brood
Vorige week nog op sabbát - zoals je op die ezel zat -
maar ‘k ving je ogen en die vreemde profetie 
ging mij opnieuw door merg en been.

Je boodschap heeft geen woord erom gelogen
geen druppel water bij de wijn
een martelblok, een stok, een spons azijn
mijn hart breekt in wel honderd stukken; je gaat dood
zwaard als een zijden draad boven ons beiden
jij buigt het moede hoofd, niets buigt het lot nog om.

Mijn God, waarom..?  Waartóe..?

© Ankh Gussinklo in het kader van Tenebrae Responsoreae Oost Nederlands Kamerkoor>


donderdag 5 april 2012

Dichtersbankje | De Omsmeders | Bert Scheuter

Foto: © Bert Bevers |  Lambertusgasse | Düsseldorf

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht): voorraad Bevers: Bert Scheuter>


gnosis et fides

op de olijfberg ziet de geboren meester,
de godgelijkende, zijn naderende dood en
wordt een mens bedroefd en beangstigd,
wijkt de mensenzoon voor twijfel, toont
een evenbeeld juist zijn kracht in de bede
laat deze beker aan mij voorbij gaan vader

zo toont die mens de mensheid menszijn
niet als die ene, die rotsvast ontwijfelbare
maar in tweezaamheid, als zon en maan,
als zee en land, als vrouw en man en ook
in goed en kwaad, in kennen en geloven,
niets menselijks is die verlosser vreemd

hij is daar niet die laatste vonniswijzer,
zijn vlees is zwak, maar nobel zijn geest,
ten voorbeeld spiegelt die leermeester
ons nog immer de schoonheid voor en
zo schiep god de mens ten tweede male
de mens die god schiep: gnosis et fides.




© Bert Scheuter in het kader van Tenebrae Responsoreae Oost Nederlands Kamerkoor>