zaterdag 31 mei 2014

Dichtersbankje | Herman Gorter

Foto: © Bert Bevers | Meistraat | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Herman Gorter>


woensdag 28 mei 2014

Dichtersbankje | Jan Eijkelboom

Foto: © Peter Bevers | Dordrechts Museum 

Uit de collectie Mellendijk voorraad Mannen van Bevers (keuze dichter en gedicht); Jan Eijkelboom>

Tuin Dordrechts museum

Als ik gestorven ben 
zal in de tuin van dit museum 
boven het warrig bladerengedruis 
een merel net zo helder zingen 
op net zo'n late voorjaarsdag

En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.
Maar aan de andre kant zal ik
-je weet maar nooit-
veel langer leven dan die vogel
En als ik dan toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo'n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.
Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.
J. Eijkelboom,
uit: Wat blijft komt nooit terug.
De Arbeiderspers, Amsterdam 1979

zondag 25 mei 2014

donderdag 22 mei 2014

Dichtersbankje | Reinier De Rooie

Foto: © Bert Bevers | Het Krukje der Poëten | Kruidtuin | Antwerpen 

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers : Reinier De Rooie>

Reinier De Rooie Stadsgedichten

Twentse Courant Tubantia 

maandag 19 mei 2014

Dichtersbankje | Nescio

                                   Foto: © Jürgen Smit | Kogerdijk | Purmerend

Uit de collectie Mellendijk (keuze fragmenten) voorraad Jürgen SmitNescio>


Een groot dichter zijn en dan te vallen. Maar er kwam nooit wat van, want als je een dichtertje bent, dan lopen de mooiste meisjes altijd aan den overkant van de gracht. En zoo werd z'n hele leven één gedicht, wat ook vervelend wordt.

(uit: Nescio, Dichtertje, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam)

O God,' denkt i, 'als er nu eens een wonder gebeurde, als nu eens ineens van al die vrouwen al de kleeren afvielen?' Een dichtertje dat den waanzin nabij is denkt rare dingen. U en ik lezer denken nooit zoo iets. En mijn lezeressen... heilige onschuld, ik moet er niet aan denken.

(uit: Nescio, Dichtertje, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam)


vrijdag 16 mei 2014

Dichtersbankje | Geelzucht

Foto: Bert Bevers: Tuin Frank Pollet | Palingsgatstraat | Puivelde

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichters en blog) voorraad Mannen van Bevers: Geelzucht>

dinsdag 13 mei 2014

Dichtersbankje | Tim Pardijs

Foto: © Bert Bevers | Rommelmarkt Sint-Jansplein | Antwerpen 

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers : Tim Pardijs>


Ook op YOU TUBE>

zaterdag 10 mei 2014

Dichtersbankje | Stan Haag

Foto: © Bert Bevers | Koninklijke Serres | Laken

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichter en lied): vooraad Mannen van Bevers: Stan Haag>


woensdag 7 mei 2014

Dichtersbankje | De Omsmeders

Foto: © Hans Mellendijk | Klinkplek Landgoed Enghuizen 

Uit de collectie Mellendijk (keuze collectief en gedichten) vooraad Mellendijk: De Omsmeders>



Zie programma Klinkplek 2014>

zondag 4 mei 2014

Dichtersbankje | Victor Vroomkoning

Foto's : © Bert Bevers | Stevenskerkhof | Nijmegen

Uit de collectie Bevers & Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Victor Vroomkoning>



donderdag 1 mei 2014

Dichtersbankje | Pieter Jelles Troelstra

Foto: Wim van Til | Woold

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) vooraad van Til: Pieter Jelles Troelstra>

EEN LIED VAN MEI.

vorig gedichtvolgende
Een lied van Mei, van Zonnegloed,
Een lied van leven hoor ‘k zingen;
Het klinkt als een blijde morgengroet;
’t Wil heel de wereld doordringen;
En hoe ook de winter ons lijden deê,
Wij kunnen opnieuw weer hopen –
O lied van Mei, we zingen u mee,
Ons hart gaat voor u open!

De scharen krioelen in ’t lentelicht
Onder de blauwe hemel;
Nieuw leven schittert op elk gezicht
In ’t bonte mensengewemel;
Forse gezangen van vrijheid en recht
Laten z’ in geestdrift horen;
‘Geen meester meer, niemand zij knecht!’
Zo klinken hun manlijke koren.

En bevende hoort de zelfzucht hem aan,
Die strijdkreet der proletaren;
Wat groot is en machtig blijft angstig staan
Voor die luid-op jublende scharen;
Is dat het volk, dat zo lijdzaam droeg,
Zo stil bij zijn eeuwig ontberen? –
’t Meilied roept hun toe: ‘Het is genoeg!
Geen slaven meer en geen heren!’

Maar wat er zucht onder ’t harde juk,
Slaat weiflend de blik naar boven:
‘Is er ook voor ons nog kans op geluk? …
Wij kunnen ’t haast niet geloven.
Wij hebben nog steeds gezucht en geweend;
Zou nu onze blijdschap beginnen?’
’t Meilied roept hun toe: ‘Wij kunnen, vereend,
Geheel de wereld verwinnen!’

Wijd over de wereld rolt dit woord
Op die heerlijkste dag aller dagen;
Van oost naar west, van zuid naar noord
Wordt het jubelend verder gedragen;
Het is een hymne van menslijkheid
Een bede om licht en om leven;
Een vloek der vernederende majesteit;
Een strijdkreet: verwinnen of sneven!

Gegroet dan, heerlijk lied van Mei,
Wij willen uw woorden zingen
En stad en dorp, en bos en wei
Van uw blijde boodschap doordringen;
Wij wekken, marcherend op uw maat,
De strijders allerwege:
O Paaslied van ’t proletariaat,
Leid haastig ons tot de zege.