woensdag 22 november 2017

Dichtersbankje | Jan Glas

Foto: © Peter Bevers | Loppersum 

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Jan Glas>

Zo is t nait goan

Tot elks verboazen bleef de dikke buurvraauw
toun ze ainmoal sturven was
gewoon deurproaten:

laange citoaten oet olde Polygoonjournaals;
mainst versloagen over keunelke familie
en de vreugdevolle maaidoagen van 1945.

Eerst wer der docht, t liek is nog waarm,
as t verstieft krampt mond heur wel stom.
Mor zo is t nait goan.

Ze begon te zingen: kienderverskes
dij de mainsten allaank vergeten waren,
pareltjes van onschuld en hoop.

Verzichteg begon der ain mit te zingen.
En nog ain, en weer ain. Tot elk zong.
Der wer n trekharmonikoa regeld.


 © Jan Glas
Uit: Dubbel Glas - Ale Gedichten (Uitgeverij kleine Uil, 2012)

vrijdag 17 november 2017

Dichtersbankje | Willem Kloos

Foto: © Bert Bevers | Zeelaan | De Panne

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Willem Kloos>

Van de Zee

Aan Frederik van Eeden
De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zichzelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend schoon en kent zichzelve niet.
Zij wist zichzelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij vliedt,
Zij drukt zichzelven uit in duizenderlij lijning,
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.
O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dàn zou ik eerst gehéél en gróót gelukkig zijn;
Dán had ik eerst geen lust naar menselijke belustheid
Op menselijke vreugd en menselijke pijn;
Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid
Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn



dinsdag 14 november 2017

Dichtersbankje | Paul Ilegems

Foto: © Bert Bevers | De Markt | De Panne

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Paul Illegems>

Frituur Marleen


Frituur Marleen, hoewel zeer florissant
Moest onlangs dicht: een anonieme brief.
De buurt scheen dit maar moeilijk te verkroppen.
De halve waarheid slechts kwam in de krant.

Marleen was wel een tikkeltje naïef
Maar had het strippen in de vingertoppen
En danste onder 't bakken expressief
Op melodietjes uit haar portatief.

Maar ook (en hierin was zij niet te kloppen)
Nam zij graag weg wat om de heupen spant
Om tussendoor een onverschrokken klant
Een hoogst intieme friet te laten soppen.

Dit was, behalve lichter te verteren
Ook heel wat lekkerder dan kut met peren.

© Paul Ilegems  1946
Uit: Eeuwig zingen de frieten. Liverse 2015


zaterdag 11 november 2017

Dichtersbankje | Lieven Tavernier

Container | Schelde Linkeroever | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstschrijver-lied) voorraad Mellendijk: Lieven Tavernier>

De fanfare van honger en dorst
Ze liepen in Gent rond 
Ze waren met zessen 
Ze kwamen van nergens 
Gingen nergens naar toe 
Vanaf de terrassen 
In de koffiehuizen 
Bekeken ze de mensen 
En hun drukke gedoe 
Ze liepen hun hoofd in de wolken 
En werden dan wakker met honger en dorst 
En iedereen riep: kijk daar gaat de fanfare 
De fanfare van honger en dorst 
De fanfare van honger en dorst 

Ze hadden geen geld 
Om eten te kopen 
Maar ze wisten voor alles 
Het juiste adres 
Mosselen bij Leentje 
En frieten bij Helga 
En Annie bewaarde voor hun ziel wel een fles 
En elke nacht nog net voor het slapen 
De laatste vijf Franken in Eddy's jukebox 
A hard rain's gonna fall 
Ze zongen het allemaal samen 
Met de fanfare van honger en dorst 
De fanfare van honger en dorst 

En kwam er een vrouw 
Die een van hen meenam 
Dan namen ze afscheid 
En zegde vaarwel 
De fanfare trok verder 
Met minder leden 
De toon in mineur 
De begrepen het wel 
Maar er was nooit een vrouw 
Die mooier kon zingen 
Dan onze fanfare van honger en dorst 
Dus het duurde nooit lang 
Of ze waren weer samen 
Met de fanfare van honger en dorst 
De fanfare van honger en dorst 

Ach wie van hen had 
Toch ooit durven denken 
Dat ieder van hen 
Voorgoed weg zou gaan 
Ze hebben toen zelf 
De fanfare ontbonden 
Ze hebben als iedereen 
De prijs zwaar betaald 
De prijs van de vrijheid 
In ruil voor wat centen 
Een baan bij de bank 
Of een auto, een kind 
Maar ergens in de stad 
Speelt de nieuwe fanfare 
Nieuwe fanfare van honger en dorst 
Een nieuwe fanfare van honger en dorst


Lieven Tavernier


Jan De Wilde

Thé Lau

woensdag 8 november 2017

Dichtersbankje | Peter van Lier




Foto:  © Bert Bevers | Museum Aan de Stroom  | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Peter van Lier>

Antwerpen

is mooi van kleur en alleen om de motieven is ’t de moeite
waard;
langs de kaaien is het echt,

de schepen als hoofdzaak
met water en lucht,

een fijn grijs,

en in ’t algemeen vind ik het wel waar wat men van Antwerpen zegt,
dat de vrouwen er mooi zijn:

lichtere tonen in het vlees,
lila tonen in de kleren –

alsof ik tien jaar
cellulair

had gezeten. De verschillende entrepots en hangars aan de
kaaien zijn
erg mooi: een
ondoorgrondelijke warboel, grillig, eigenaardig –
desillusionerend. Doch – het is een goed oudhollands spreekwoord:
despereert

niet.

Peter van Lier
uit: ' De Gids', februari 2009.

zaterdag 4 november 2017

Dichtersbankje | Drafi Deutscher

Foto: © Hans Mellendijk | Platz des Westfälischen Friedens | Münster

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstschrijver en lied) voorraad Mellendijk: Drafi Deutscher>


Marmor, Stein und Eisen bricht | 1965

Platz des Westfälischen 


woensdag 1 november 2017

Dichtersbankje | Kees van Kooten en Wim de Bie

Foto: © Hans Mellendijk | NS-Station Zwolle | Zwolle

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichter en lied) voorraad Mellendijk: Kees van Kooten en Wim de Bie>



zondag 29 oktober 2017

Dichtersbankje | Rutger Kopland

Foto: © Hans Mellendijk | De Brink | Assen | Bankje: Jurgen Bey

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht): voorraad MellendijkRutger Kopland>


Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en ver weg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

© Rutger Kopland
uit: 'Onder het vee' (1966)

donderdag 26 oktober 2017

Dichtersbankje | I. K. Bonset

Foto: © Bert Bevers |  Stadsplein | Mortsel Oude God

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: I.K. Bonset>



maandag 23 oktober 2017

vrijdag 20 oktober 2017

Dichtersbankje | Nick Cave

Foto: © Bert Bevers | Gemeenteplein Mortsel

Uit de collectie Mellendijk (keuze singer-songwriter en song) voorraad Mannen van Bevers: Nick Cave>



Higg's Boson Blues 

"Higgs Boson Blues"
Can't remember anything at all
Flame trees lined the street
Can't remember anything at all
But I'm driving my car down to Geneva

I've been sitting in my basement patio
It was hot

Up above the girls walk past
Their roses all in bloom
Have you ever heard about the Higgs Boson Blues?
I'm going down to Geneva baby
Gonna teach it to you

Who cares, who cares what the future brings?
Black road long and I drove and drove
Came upon a crossroad
The night was hot and black
I see Robert Johnson
With a ten dollar guitar
Strapped to his back
Looking for a tune

Ah, well here comes Lucifer with his canon law
And a hundred black babies running from his genocidal jaw
He got the real killer groove
Robert Johnson and the devil, man
Don't know who's gonna rip off who

Driving my car
Flame trees on fire
Sitting and singing
The Higgs Boson Blues
I'm tired, I'm looking for a spot to drop
All the clocks have stopped in Memphis now

And the Lorraine Motel is hot
It's hot, that's why they call it the hot spot
I take a room with a view
Hear a man preaching in a language that's completely new
Making the hot cots in the flop-house bleed
While the cleaning ladies sob into their mops
And the bellhop hops and bops
As a shot rings out
To a spiritual groove
Everybody bleeding
To the Higgs Boson Blues

And if I die tonight
Bury me in my favourite yellow patent leather shoes
And with a mummified cat
And a cone-like hat
That the Caliphate forced on the Jews
Can you feel my heart beat?
Can you feel my heart beat?

Hannah Montana does the African Savannah
As the simulated rainy season begins
She curses the queue at the zoo loos
And moves on to Amazonia
Cries with the dolphins
The Mai-Mai eat the pigmy, the pigmy eat the monkey
The monkey has a gift that he is sending back to you
Look! Here come the missionary
With his smallpox and flu
Saving them savages with his Higgs Boson Blues
I'm driving my car down to Geneva
I'm driving my car down to Geneva

Oh let the damn day break
Rainy days always make me sad
Miley Cyrus floats in a swimming pool in Taluca Lake
And you're the best girl I ever had
Can't remember anything at all

dinsdag 17 oktober 2017

Dichtersbankje | Piet Gerbrandy

Foto: © Hans Mellendijk | Ateliererf Gerri Grijsen | Ratum 
Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mellendijk: Piet Gerbrandy>
Ratum
Waar koeien gras vertrappen
fietst er, een dochtertje
raaskallend op het stuur,
de avond tegemoet.

Grazen manke auto’s,
Loeit een claxon schor.

De boer verrijst en melkt
verkreukeld blik. Moe vee
ligt hoestend overhoop.

De zeis verroest.


© Piet Gerbrandy
Weloverwogen en onopgemerkt | Meulenhoff 1997 | Amsterdam.



zaterdag 14 oktober 2017

Dichtersbankje | Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooijer

Foto: © Bert Bevers | Prairietuin | Lange Gasthuisstraat | Antwerpen


Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichters en vers) voorraad Mannen van Bevers:  Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooyer>






maandag 9 oktober 2017

Dichtersbankje | Dichtersbankjes

Foto: © Maarten Bevers | Mauritskade | Amsterdam

Uit de collectie Mellendijk (keuze poëzieweblog) collectie Mannen van Bevers: Dichtersbankjes>


Oh, E v d L | K. Schippers
In het Nieuwe DeLaMar vertelt hij
me dat een dichter zijn onderscheiding
is verloren en graag een nieuwe wil.
‘Het verkeer zit vast, de straten
zijn dicht,’ lacht hij, ‘net of het
zo hoort.’ Hij zwijgt, waar denkt hij
aan? De vluchteling Lao Tze leert je
naar het niets te kijken. De dertig
spaken verenigen zich in een naaf. Van
de ruimte hangt het gebruik van het wiel
af. ‘Kijk,’ zegt Lao Tze, ‘hier kneedt
men leem tot vaten, maar geen vat kan
zonder de leegte.’ Kan een gat zo groot
worden dat de sok er nauwelijks is, steeds
meer gaten, haast zonder wol? De leegte
rukt op, de burgemeester zit er middenin.
Deuren en vensters, van de ruimte hangt
het hele huis af en van hem de hele stad
nu hij zelf de leegte is geworden, tussen
de harp en de uil, tussen twee biertjes
op het plein, hangt hij boven de aftrap
van de wedstrijd, is hij de afstand
tussen twee bruggen als er op het water
van zijn stad viool wordt gespeeld. Oh,
E v d L, ben je op elk uithangbord het wit
tussen de woorden, vult je afwezigheid alle
plekken waar Amsterdam steeds opnieuw wordt
beschaduwd, beademd, gespeld, gespeeld.
Hart | F. Starik
Ik loop met je rond, vriend,
al besef ik al te goed dat je geen vriend bent
in de dagelijkse betekenis die we aan het woord vriend toekennen
want jouw vriend wil iedereen wel zijn en dat gaat niet
bondgenoot dan, in de strijd voor een betere wereld die niet kwam
maar die jij in je laatste dagen toch wist op te roepen
in de golf van liefde die door onze stad kwam spoelen
in de tranen die wij mensen laten lopen
nu je zo koninklijk afscheid van ons nam.
Ik zou alle goede herinneringen aan jou nog eens tot leven willen wekken
maar weet dat het zinloos zou wezen, in de angstwekkende menigte
ontroostbaren die toch troost bij je zoeken
terwijl het andersom zou moeten zijn.
Hier dan: bedankt man,
voor wie je was, voor wat je deed: voor iedereen, voor mij,
voor onze teerbeminde – en voor velen ook zo liefdeloze – stad
maar een stad bemint niet, een stad heeft geen hart.

Dat hart, dat was jij.