Dichtersbankjes
Een verzameling bankjes geassocieerd met een dichter op grond van materiaal, model, situatie of locatie. Soms echter verwijzend naar een plek waar de dichter zat of gezeten zou kunnen hebben. Het blog poogt de diverse voorraden te ontsluiten.
vrijdag 4 september 2026
dinsdag 1 september 2026
Dichtersbankjes | Gerrit Achterberg
Vuurtoren
Hevig hart van lampen in kristallen keelen,
zeldzaam samenstel van glas en licht,
ingeboren eeuwigheden.
Doel en wil bijeen gebleven,
in een diep eendrachtig streven
om zichzelve te beleven
in een schaduwloos geheel.
Met aan uw voet het zuiver duister
van de zee tot uwen luister.
Gerrit Achterberg
Eiland der ziel, Stols, Maastricht, 1939
vrijdag 28 augustus 2026
Dichtersbankjes | Gerrit Achterberg
Uit de collectie Bert Bevers 👉 (keuze tekstdichter en song) voorraad Mannen van Bevers:
Landschap
Ik loop in schilderijen rond.
Plekken, ouder dan God,
Liggen hier op den grond.
Geboorteplaatsen komen bloot;
een bodem, bijna uitgesleten,
waar ik het zand heb uitgebeten
met ’t zoutzuur mijner geest,
om terug te vinden wat gij zijt geweest.
Gerrit Achterberg
Energie, Van Dishoeck, Bussum, 1946
donderdag 20 augustus 2026
Dichtersbankjes | Joe Strummer, Mick Jones, Topper Headon
Uit de collectie Bert Bevers 👉 (keuze tekstdichter en song) voorraad Mannen van Bevers: Joe Strummer 👉, Mick Jones 👉 en Topper Headon 👉
The Magnificent Seven
Ring! Ring! It's 7:00 A.M.!
Move y'self to go again
Cold water in the face
Brings you back to this awful place
Knuckle merchants and you bankers, too
Must get up an' learn those rules
Weather man and the crazy chief
One says sun and one says sleet
A.M., the F.M. the P.M. too
Churning out that boogaloo
Gets you up and gets you out
But how long can you keep it up?
Etc.
The Clash (Sandinista, 1980)
Joe Strummer / Mick Jones / Topper Headon
dinsdag 18 augustus 2026
Dichtersbankjes | Hélène Swarth
Gekromd, zacht momplend, stromplend met haar stokje
Ontkomt zij ’t wreed gevaarlijk straatgewoel.
Bereikt is de oude bank, haar troostrijk doel.
Ze ontvlood de broeiing van haar zolderhokje,
Waar hing de lucht beklemmend zwaar en zoel.
Van ver een kerk tampt vroom een bedeklokje.
Vaalzwart de mantel over ’t rosbruin rokje,
Rust ze op haar plekje, geurig, lommerkoel.
Tevreden zit zij, tot de zon gaat tanen
En ’t blinkend slootje vloeit vol avondgoud
En kijkt, al mijmrend, in het wandelwoud.
Daar leidt een zoon zijn moeder door de lanen –
Dan schrijnt haar hart, vol ongestilde tranen,
Dan voelt zij zich verlaten, moe en oud.

.jpeg)
,%20KMSKA.jpeg)

.jpeg)