dinsdag 13 augustus 2019

Dichtersbankje | Hans Mellendijk

Foto: ©Hans Mellendijk | Galerie Rivierenhof Deurne


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van BeversHans Mellendijk⇲


Voorbij Warm


De glinsteringen van de Boules de Neige neigen
de verzengende hitte van de zomer af te koelen.
Aan de kim over het Waalse water klinkt J'aime La Vie.

De boot met een lome spaanslag drijft met Oude IJssel mee
radert het patroon van opwaaiende zomerjurken. 
Wat zal de keerkom ons nog meer in herinnering brengen?




donderdag 8 augustus 2019

Dichtersbankje | Bert Bevers

Foto: © Bert Bevers | De Gerlachekaai | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Bert Bevers⇲

Gouy
Bij de Scheldebron
Schuw welhaast laat zich traag water
wellen tot niet veel meer dan beek.
Ze heeft geen weet nog van de haven
die zij op zal rekken in een ander land.
Grond die krimpt en zwelt is klei, dat
voelt ze naarmate het noorden nadert,
haar oevers verder van elkaar te liggen
komen. Hier echter is zij beleefd nog
stroompje dat gehuchten passeert waarin
lopers roesten in lang vergeten sloten.
Met zicht op haar eerste meander schiet
iemand in de regen zich door het hart.
Bert Bevers
Gouy
Bij de Scheldebron
Verschenen in Ballustrada, jaargang 33, nummer 2-3, Terneuzen, april 2019

woensdag 31 juli 2019

Dichtersbankje | Nits

Foto: © Peter Bevers | Ronks | Pennsylvania | USA

Uit de collectie Mellendijk (keuze song) vooraad Mannen van Bevers: Nits⇲

Album: 1974 | Rumspringa | 2003

vrijdag 26 juli 2019

Dichtersbankje | Hart Crane
















Foto: © Peter Bevers | Brooklyn Bridge | NYC | USA


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers

To Brooklyn Bridge

How many dawns, chill from his rippling rest
The seagull's wings shall dip and pivot him,
Shedding white rings of tumult, building high
Over the chained bay waters Liberty—

Then, with inviolate curve, forsake our eyes
As apparitional as sails that cross
Some page of figures to be filed away;
—Till elevators drop us from our day . . .

I think of cinemas, panoramic sleights
With multitudes bent toward some flashing scene
Never disclosed, but hastened to again,
Foretold to other eyes on the same screen;

And Thee, across the harbor, silver-paced
As though the sun took step of thee, yet left
Some motion ever unspent in thy stride,—
Implicitly thy freedom staying thee!

Out of some subway scuttle, cell or loft
A bedlamite speeds to thy parapets,
Tilting there momently, shrill shirt ballooning,
A jest falls from the speechless caravan.

Down Wall, from girder into street noon leaks,
A rip-tooth of the sky's acetylene;
All afternoon the cloud-flown derricks turn . . .
Thy cables breathe the North Atlantic still.

And obscure as that heaven of the Jews,
Thy guerdon . . . Accolade thou dost bestow
Of anonymity time cannot raise:
Vibrant reprieve and pardon thou dost show.

O harp and altar, of the fury fused,
(How could mere toil align thy choiring strings!)
Terrific threshold of the prophet's pledge,
Prayer of pariah, and the lover's cry,—

Again the traffic lights that skim thy swift
Unfractioned idiom, immaculate sigh of stars,
Beading thy path—condense eternity:
And we have seen night lifted in thine arms.

Under thy shadow by the piers I waited;
Only in darkness is thy shadow clear.
The City's fiery parcels all undone,
Already snow submerges an iron year . . .

O Sleepless as the river under thee,
Vaulting the sea, the prairies' dreaming sod,
Unto us lowliest sometime sweep, descend
And of the curveship lend a myth to God.

maandag 22 juli 2019

Dichtersbankje | Hans Mellendijk

Foto: © Peter Bevers | Chelsea | NYC | USA

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Hans Mellendijk⇲


HOE VLIEGT DE TIJD? | Hans Mellendijk


Amsterdam, Overtoomse Veld, 30 april 1993

Verkreukeld, verfrommeld, verfomfaaid
uit een vervlogen tijd aangewaaid
kijkt James Dean mij ongegrond opstandig aan
vanaf een verlopen calendarium uit ’91.
Ik vraag mij af, nu ik uitgeput maar voldaan,
na een lange feestelijke wandeling, in het gras lig
denkend aan zo’n enerverende vlucht uit het verleden:
‘Hoe vliegt de tijd?’

Door ’n prille meid
zag ik je zo-even nog snel verkocht
terwijl jij liever de vrijheid zocht.
Bent toen uit het Vondelpark door de wind meegezogen
met scharrelend zwerfvuil door het Rembrandtpark gevlogen.
Op het laatst neergedaald voor de GAK-kantoren.
Om als een objet trouvée, in de tijd bevroren
door mij bewust te worden geadministreerd.

Uiteindelijk in dit vers hartstochtelijk vereerd.


gepubliceerd in Poëziepuntgl - jaargang 4 - nummer 1 - maart 2006 | Seeshirt - Het 13e Erbarmen Festival - Hoe vliegt de tijd? - Varsseveld, 3 juli 1993 | Trouw dicht in de buurt - bundel Noord-Holland - 8 februari 2010