vrijdag 26 november 2021

Dichtersbankje | Jacques Hamelink

Foto: Peter Bevers | Portaal kanaal | Terneuzen


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Jacques Hamelink 👉


 In memoriam


Deze kernenergieke zon kwam niet gerezen.
De doemsdags opgezwollen op exploderen
staande roodgloeiende bal groef zich

ongenadig in tegen de misvormde humus-
richel horizon. Op zijn laagste punt
stond de zon, op Ă©Ă©n hoogte met mij.

Tussen hem en mij leunde alleen een rij
kale zwart hooggaande slungelbomen alle
kanten op. Het alles verheerlijkt tonend

stationaire licht illumineerde de grietenij.
Het oudgoud en zwart schilderij verscheen
op de achterwand van mijn gewitkalkte cel.

Bij dat statie-illuminatielicht zat ik aan
mijn schrijftafel, gebogen aspirant dodeman
met zijn zichzelf opbrandend enthousiasme.

Met dat imago aan de wand. Met mijn lege papier.


Jacques Hamelink (1939-2021)


donderdag 18 november 2021

Dichtersbankje Heinrich Böll

Foto: ©Peter Bevers: Domplatz | Köln

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Heinrich Böll 👉

Meine Muse 







vrijdag 12 november 2021

Dichtersbankje | Chris J. van Geel


Foto: Peter Bevers | Kerkbrink 1, Groet 


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Chris J. van Geel 👉

Wat elke vrouw moet kunnen

Luisteren
luisteren
luisteren
Begrijpen
Slikken
Verwerken
Slikken
Begrijpen
Glimlachen
Mooi zijn
Jong zijn
Verstandig zijn
Handig zijn
Elegant zijn
Weten hoe een man is
Weten hoe een vrouw is
Blij zijn, dat een man een man is
Luisteren
Glimlachen
Begrijpen
Slikken
Mooi blijven
Jong blijven
Opgewekt blijven
Glimlachen.

-----------------------------------
uit: 'Verzamelde Gedichten', 1993.

zie ook Chris J. van Geel en Groet hier 👉

donderdag 4 november 2021

Dichtersbankje | Jan Jacob Slauerhoff

Foto: Bert Bevers | Strandlaan | Koksijde

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Jan Jacob Slauerhoff 👉


 Zeekoorts

Ik moet weer op zee gaan, een goed schip en in 't verschiet
Een ster om op aan te sturen, anders verlang ik niet.
Het rukken van 't wiel, 't gekraak van het hout, het zeil ertegen,
Als de dag aanbreekt over grauwe zee, door een mist van regen.

Want de roep van de rollende branding, brekende op de kust,
Dreunt diep in het land in mijn oren en laat mij nergens rust,
't Is stil hier, 'k verlang een stormdag, met witte jagende wolken
En hoogopspattend schuim en meeuwen om kronk'lende kolken.

Ik ben een gedoemde zwerver, waar moet ik anders heen?
Maar gelaten door de wind gaan, weg uit de stad van steen.
Geen vrouw, geen haard verwacht mij. Ik blijf ook liever zonder.
'k Heb genoeg aan een pijp op wacht en een glas in 't vooronder.