woensdag 14 november 2012

Dichtersbankje | Christoph von Schmid

Foto: © Bert Bevers | Station Linkebeek

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichter en vers) voorraad Bevers: Christoph von Schmid>

Langs berg en dal klinkt hoorngeschal
met vollen zuiv'ren toon,
met vollen zuiv'ren toon
en forsch en stout weerklinkt door 't woud
die galm zoo schoon, zoo schoon,
die galm zoo schoon, zoo schoon.

't Geeft schooner kleur en frisscher geur
aan alles wat me omringt,
aan alles wat me omringt
en 't beekje spat zijn paarlend nat
alsof 't een liedje zingt,
alsof 't een liedje zingt.

Genot en rust en levenslust
daalt bij die melodij,
daalt bij die melodij
verdriet en smart wijkt uit het hart
en vlucht, en vlucht van mij,
en vlucht, en vlucht van mij.



Tekst: Ch. von Schmid.
Muziek: F. Silcher. 

Dit lied is o.m. opgenomen in:
De zangvogeltjes (vertalingen uit het Duits door W. Wenk) (ca. 1850)
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1911, 1938, 1972)

maandag 12 november 2012

Dichtersbankje | Louis Radstaak

Foto: © Louis Radstaak |  Kerkplein - Boterstraat | Varsseveld

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Radstaak: Louis Radstaak>

Ooohh, denktanks...

laatst waren jullie er nog
collectief waterhoofd van 't dorp
alle twaalf worden gelicht
door een geweldige hijskraan
die komt in naam van de vrede: Pax
hij bouwt je elders weer op

ik zal jullie benoemen met de namen
van hen die overleden zijn:

    Besselink
    Hartemink
    Vreman
    Freriks
    Reimes
    Lettink
    Essing
    Hiddink
    Navis
    van Lent
    te Slaa
    Veldman

zij rammelen de melkbussen
in de voltooid verleden tijd.


© Louis Radstaak

zaterdag 10 november 2012

Dichtersbankje | Wim van Til

Foto: © Hans Mellendijk | Tuin van St. Bernardus | Bredevoort


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter, foto en gedicht) t.g.v. uitreiking Gelderse Pauwenveer: Wim van Til>


ENUMATIL

Verworden tol tussen wegen die vertragen
in het dorp en linksom rechtsom daarvandaan
versnellen tot de breekbare einder van gras.

Tot voorbij de bruggen, tot voorbij aan de Poffert
duurt nog mijn dag waar de tijd zich al inslijt.
Aan het eind van mijn adem keer ik terug.

Dat ik hier vergroeien zal in het lieflijke huis, in de
rustvolle tuin, in de kim van haar huid. Verknoken
zal ik in jouw schoot nu de nacht zich verwittigt.

Nu zich ontsluit wat in het kapsel reeds sluimert.
Dat ik hier de veraste testamenten ontwaak, uit deze aarde
een gestalte licht die mijn gids is in wat altoos al mankeerde.

© Wim van Til, 2002
uit de cyclus 'In G'

donderdag 8 november 2012

Dichtersbankje | Lodewijk Post

Foto: © Bert Bevers | Kammenstraat | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichter en lied) voorraad Bevers: Gerrit den Braber (Lodewijk Post)>

Spiegelbeeld

Spiegelbeeld vertel eens even
Ben ik heus zo oud als jij
Is het waar, ben ik twintig
Is m'n tienertijd voorbij
'k Ben wel jong maar ik ben toch niet zo jong meer als ik was
'k Ging zo graag nog een keertje
Terug naar de klas 

Spiegelbeeld 'k kan je haten
Want je geeft geen dag terug
Waarom gaan toch die jaren
Als je jong bent zo vlug
'k Ben wel jong maar er is toch al zoveel herinnering
Spiegelbeeld uit al die jaren
Vergeet ik geen ding 

Spiegelbeeld m'n eerste vriendje
Was een joch zo oud als ik
'k Kreeg van hem m'n eerste zoentje
't Was een heerlijk ogenblik
'k Ben wel jong maar dat zou ik nog zo graag eens overdoen
Quick quick slow, de eerste dansles
Wat was ik nog groen
'k Heb alleen nog wat foto's en die zeggen 't me weer
't Is voorbij, m'n eerste baljurk
Die draag ik niet meer



Willeke Alberti 

Oorspronkelijke titel: Tender years
Tekst en muziek: D. Edwards
© 1961 (1963) Editions Altona


George Jones
Teressa Brewer

Johnny Hallyday

dinsdag 6 november 2012

Dichtersbankje | Gerard den Brabander

Foto: © Bert Bevers | Kerkstraat | Ossendrecht


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Bevers: Gerard den Brabander>

Nocturne

Wuft de handschoen, wuft het klein gebaar, 
wulpsch de mond en ’t licht in d’ oogekieren, 
wolvenbeet de bont om ’t blonde haar: 
vrouwen zijn de wonderlijkste dieren. 

Bidt de mond den appelbeet te vieren, 
wijkt de blik te wimper voor gevaar, 
waait de scheemring over lustrivieren, 
wenkt het lied over de nachtgitaar, 

beeft het woud onder den roep der stieren, 
wiegt de slang – de melodie gewaar – 
weiflend over spleten zich en wieren: 

schrijft de vleermuis met nerveuze zwieren 
mij den wil voor van den toovenaar, 
dien ik met een schreeuw in u ervaar. 


Gerard den Brabander (1900-1968) 
Uit: "Verzamelde verzen" 
Uitgever: G.A. van Oorschot, Amsterdam