woensdag 15 maart 2017

Dichtersbankje | Eva Gerlach

Foto: © Peter Bevers | Efteling | Kaatsheuvel
Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad: Mannen van Bevers: Eva Gerlach>

Vaak liep ik op het kerkhof, dik, alleen,
 te vliegeren: daar stond de meeste wind.
 Als het touw zakte, sprong ik van een steen.
 Ik ging ook dood, al was ik nog een kind,

de tuinman zei: 'Eens word je meegenomen.'
 Een goede vlieger had ik, zelfgebouwd,
 een Draak; geen Rover die erbij kon komen.
 gemalen glas schitterde rond het touw.
© Eva Gerlach
Uit: Verder geen leed (1979)
Arbeiderspers-Amsterdam

zondag 12 maart 2017

Dichtersbankje | J.C. Bloem

Foto: © Hans Mellendijk | Rotterdam | Centraal Station

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mellendijk: J.C. Bloem>


Rotterdam
.
Hoe vreemd ligt deze stad nu open,
hoe is zij wonderlijk en licht:
De huizenloze straten lopen
van niets naar niets - toch niet ontwricht.
.
De hemel straalt als nooit tevoren
op waar der eeuwen bouw verdween-
de zomer heeft geen glans verloren,
de zon scheen zoals ze altijd scheen.
.
Men gaat in innerlijke afzondring,
herdenkend hoe het is geweest,
en vindt zichzelf tot zijn verwondring
geschokt veel minder dan bedeesd.
.
Klaag niet. Steeds bloesemen de tuinen
boven vergankelijkheid en wee:
Een herder rust thans op de puinen
van Babylon en Niniveh.

J.C. Bloem, Poëzie als wapen, 1990, Dr. J. de Gier, Boekencentrum, Den Haag.

donderdag 9 maart 2017

Dichtersbankje | Louis Radstaak

Foto: © Bert Bevers | Eva Cohen-Hartogkade | Rotterdam

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad: Mannen van Bevers: Louis Radstaak>


Böhmerland

op de zandweg komt een motorfiets luid voorbij:
hakkeplof, hakkeplof, hakkeplof, hakkeplof,
daar gaan vader, moeder en kind blij op een rij
de handen van vader gaan schuil in een mof

ik heb van slechts weinig dingen verstand
maar weet onmiddellijk: dat is een 'Böhmerland'
vanwege de kleurstelling in okergeel en rood
waarin fabrikant Liebisch hem destijds aanbood

wat beweegt een huisvader in tweeduizendnegen
om zijn gezin bloot te stellen aan wind en regen 
is het een ontsnapping uit het hier en heden
een reis naar het verleden en misschien Bohemen?

naar de bestemming kan ik slechts gissen
van deze familie in de Achterhoekse coulissen
op een zomeravond met zwaar geurende vlier
die doet verlangen naar koud Pilsener bier

op de zandweg rijdt een monument uit de historie
model 'Langtouren' uit 1928 had een zetel voor drie
het jaar dat Hitler er twee in de Rijksdag verloor
diens woede groeide en hij zette zijn plannen door

tenslotte maakte generaal Schell een einde
aan de bouw van deze motorfiets in Schönlinde
zijn 'Wehrmacht' had oorlogsmachines nodig
het drie meter lange voertuig werd overbodig

hij meldde dit aan de besnorde dictator
met klakkende laarzen: hakkeplof, hakkeplof,
de 'Böhmerland' werd uiteindelijk triomfator
die knalt hier vrolijk verder door zand en stof

hakkeplof, hakkeplof, hakkeplof, hakkeplof.



maandag 6 maart 2017

Dichtersbankje | Regine Hilhorst

Foto: © Bert Bevers | Nieuwstad | Antwerpen


Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Regine Hilhorst>
Zwarte dag 

Trump belooft de Amerikaanse droom voor iedereen! Iedereen.

Iedereen die blank, rechts, hetero en tegen is. Iedereen!
(Behalve dan de moslims, Mexicanen en vrouwen behalve als je pro-homo huwelijk bent of pro-abortus of voor democratie bent)

Wat een droom! Ik blijf liever wakker.
Regine Hilhorst

vrijdag 3 maart 2017

Dichtersbankje | Rob Schouten

Foto: © Bert Bevers | Bredabaan | Brasschaat

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Rob Schouten>


Vroeger
.
Lang geleden, maar wel na de oorlog
-Want die ken ik slechts van horen zeuren-
.
Die tijd die heette toen het heden nog,
Kon het navolgende octaaf gebeuren:
.
‘De huizen klappertanden met hun deuren,
in elke hoek zat een ontstellende Moloch
Jongens van mijn leeftijd te verscheuren
En aan mijn bed waakte een krom gedrocht.
.
Sliep ik bij toeval in, dan kwamen de Harpijen
Om elk tot bloedens toe met mij te vrijen
En ’s ochtends knaagde een enorme beverrat
,
Aan alles wat ik op mijn lever had,’
Omdat ik met het geld voor de collecte
Mijn potje voor dichtbundels spekte.

Rob Schouten,  1978
.