dinsdag 14 april 2026

Dichtersbankjes | Guinevere Wolvetang, Else Klomps, Pieter Bas Kempe, Bertje van Delden, Hermien Bannink

Dichtersbankje 1 | 2e Rondje Kunst Hummelo Keppel 


Uit de collectie Hans Mellendijk 👉 (keuze dichter en gedicht) voorraad Mellendijk : Guinevere Wolvetang 👉, Else Klomps 👉, Pieter Bas Kempe 👉,                              Bertje van Delden 👉, Hermien Bannink 👉



Het hek is van de dam

Orde in de chaos
van het bestaan
is als grenzen willen
verplaatsen
in een wereld die grenzeloos is:
een beperking van de geest.

Men wil vrij zijn
in een wereld
waarin hekken
een bosrand
begrenzen.

Rijk
zijn de mensen
met vrije geesten,
die anderen
hetzelfde toewensen.
Men wil orde scheppen
in een wereld
waarin het universum
de orde bepaalt.

Tevreden
zijn de mensen
met heldere geesten,
die niet te veel wensen.

Levens verliezen
waarde
wanneer normen en waarden
ingedamd en ingeperkt
worden,
woorden en beloften
betekenis verliezen,
tot er niets meer over is:
primitieve armoede.

Moedig
zijn de mensen
met normen en waarden,
in een wereld waar
orde–chaos
naast elkaar bestaan.
Rijk, tevreden en moedig
zijn de mensen
die voor anderen openstaan.

Guinevere Wolvetang


nem de tied
gaot zitten
en kiek um oe hen
of sloet oew ogen 
luster naor de wind

veul wat dee 
muzikanten in
row geveuleg echt
achterhooks oe zegt

vernem wat 
de beume daor rechts
op ’t land good eplant
flustert met gewas

dat daor wös
op weid’akkerland
verarmt verrieket
deur de mensenhand

achterhooks
egrond en gebruukt
naor natuur cultuur
bekiek nem de tied

Else Klomps

Hummelse grond

Noest gezwoeg
op wortel, stok en aar
doet de ploeg-
schaar van een jaar
in voren glanzen:
de werkerhand is daar,
grijpt aardgeboden kansen
van laat tot vroeg.

Pieter Bas Kempe


Krengenbos

Moe, hangend op de bank laat ik 
het landschap aan me voorbijglijden.
Boven de wei cirkelt een buizerd, 
plots duikt hij snel en geruisloos, 
verdwijnt met brede slagen 
tussen bomen en struiken, 
kansloos hangt een muis in 
de scherpe klauwen zijn einde
nabij, het bos zijn laatste onderdak.
Dit oord vredig en groen ogend 
maar ontsproten uit verdorven aarde
van besmette kadavers,
onheilsplek van stank en dood, 
angstig gemeden door dorpeling en boer.
Ik schrik op uit mijn sluimer, 
zo mooi die veerkracht van de natuur 
maar de schemer van vrees
duurt voort in de hoofden van boeren 
met taferelen van geliefde Neeltje 
en Bertha in grijparmen van kranen
harteloos gedumpt in containers,
en besef hoe dood en verderf door alle tijden
denderen in allerlei vormen;
met vergankelijkheid valt niet te wedijveren.

Bertje van Delden

Normaal

Normaal 
neet zo stille
staot ze met de bek vol tande
as in brons egotten.
Gin bier meer in hande
gin leedjes gelald
gin leuzen ebrald.
Niks,
gewoon stille.

Gin motor, gin gitaar te heuren.
Ze laot het
stillekes gebeuren
dat ze geëerd wonnen
op een sjiekke plaatse
waor ze vandan kwammen. 
At ze wel de bek dichte
wollen hollen.
Gewoon stille.

Want noe wordt ze geëerd
heb ze mensen bekeerd

Hermien Bannink

Geen opmerkingen:

Een reactie posten