Posts tonen met het label Willem Kloos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Willem Kloos. Alle posts tonen

donderdag 23 oktober 2025

Dichtersbankjes | Willem Kloos

Foto: Bert Bevers | Onderwijsstraat, Borgerhout

Uit de collectie Bert Bevers 👉 (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Willem Kloos 👉

De blâren vallen zacht...

Ik kan alleen betreuren,
Dat ik niet eens verwacht,
Wat eens nog kan gebeuren...
De blâren vallen zacht...

 

Willem Kloos Verzen XLIII,  1894 👉

donderdag 15 augustus 2024

Dichtersbankje | Willem Kloos

Dirk Nijland 1881 - 1955  | Havenhoofd te Vlissingen | 1927 (detail) 

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) vorraad Mellendijk: Willem Kloos 👉

Van de Zee

Aan Frederik van Eeden

De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining,
    De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel, in wezen en verschijning,
    Zij is een levend Schoon en kent zichzelve niet.

Zij wischt zich-zelven af in eeuwige verreining,
    En wendt zich altijd om, en keert weer waar zij vliedt;
Zij drukt zich-zelven uit in duizenderlei lijning
    En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

O Zee, was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
    Dan zou ik eerst gehéél en gróót gelukkig zijn;

Dan had ik eerst geen lust naar menschelijke belustheid
    Op menschelijke vreugd en menschelijke pijn;

Dan wás mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
    Zou, wijl Zij grooter is dan Gij, nóg grooter zijn.

Uit: Verzen (1894)




vrijdag 17 november 2017

Dichtersbankje | Willem Kloos

Foto: © Bert Bevers | Zeelaan | De Panne

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Willem Kloos>

Van de Zee

Aan Frederik van Eeden
De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zichzelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend schoon en kent zichzelve niet.
Zij wist zichzelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij vliedt,
Zij drukt zichzelven uit in duizenderlij lijning,
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.
O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dàn zou ik eerst gehéél en gróót gelukkig zijn;
Dán had ik eerst geen lust naar menselijke belustheid
Op menselijke vreugd en menselijke pijn;
Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid
Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn