zaterdag 11 november 2017

Dichtersbankje | Lieven Tavernier

Container | Schelde Linkeroever | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstschrijver-lied) voorraad Mellendijk: Lieven Tavernier>

De fanfare van honger en dorst
Ze liepen in Gent rond 
Ze waren met zessen 
Ze kwamen van nergens 
Gingen nergens naar toe 
Vanaf de terrassen 
In de koffiehuizen 
Bekeken ze de mensen 
En hun drukke gedoe 
Ze liepen hun hoofd in de wolken 
En werden dan wakker met honger en dorst 
En iedereen riep: kijk daar gaat de fanfare 
De fanfare van honger en dorst 
De fanfare van honger en dorst 

Ze hadden geen geld 
Om eten te kopen 
Maar ze wisten voor alles 
Het juiste adres 
Mosselen bij Leentje 
En frieten bij Helga 
En Annie bewaarde voor hun ziel wel een fles 
En elke nacht nog net voor het slapen 
De laatste vijf Franken in Eddy's jukebox 
A hard rain's gonna fall 
Ze zongen het allemaal samen 
Met de fanfare van honger en dorst 
De fanfare van honger en dorst 

En kwam er een vrouw 
Die een van hen meenam 
Dan namen ze afscheid 
En zegde vaarwel 
De fanfare trok verder 
Met minder leden 
De toon in mineur 
De begrepen het wel 
Maar er was nooit een vrouw 
Die mooier kon zingen 
Dan onze fanfare van honger en dorst 
Dus het duurde nooit lang 
Of ze waren weer samen 
Met de fanfare van honger en dorst 
De fanfare van honger en dorst 

Ach wie van hen had 
Toch ooit durven denken 
Dat ieder van hen 
Voorgoed weg zou gaan 
Ze hebben toen zelf 
De fanfare ontbonden 
Ze hebben als iedereen 
De prijs zwaar betaald 
De prijs van de vrijheid 
In ruil voor wat centen 
Een baan bij de bank 
Of een auto, een kind 
Maar ergens in de stad 
Speelt de nieuwe fanfare 
Nieuwe fanfare van honger en dorst 
Een nieuwe fanfare van honger en dorst


Lieven Tavernier


Jan De Wilde

Thé Lau

woensdag 8 november 2017

Dichtersbankje | Peter van Lier




Foto:  © Bert Bevers | Museum Aan de Stroom  | Antwerpen

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Peter van Lier>

Antwerpen

is mooi van kleur en alleen om de motieven is ’t de moeite
waard;
langs de kaaien is het echt,

de schepen als hoofdzaak
met water en lucht,

een fijn grijs,

en in ’t algemeen vind ik het wel waar wat men van Antwerpen zegt,
dat de vrouwen er mooi zijn:

lichtere tonen in het vlees,
lila tonen in de kleren –

alsof ik tien jaar
cellulair

had gezeten. De verschillende entrepots en hangars aan de
kaaien zijn
erg mooi: een
ondoorgrondelijke warboel, grillig, eigenaardig –
desillusionerend. Doch – het is een goed oudhollands spreekwoord:
despereert

niet.

Peter van Lier
uit: ' De Gids', februari 2009.

zaterdag 4 november 2017

Dichtersbankje | Drafi Deutscher

Foto: © Hans Mellendijk | Platz des Westfälischen Friedens | Münster

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstschrijver en lied) voorraad Mellendijk: Drafi Deutscher>


Marmor, Stein und Eisen bricht | 1965

Platz des Westfälischen 


woensdag 1 november 2017

Dichtersbankjes | Kees van Kooten en Wim de Bie

Foto: © Hans Mellendijk | NS-Station Zwolle | Zwolle

Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichter en lied) voorraad Mellendijk: Kees van Kooten en Wim de Bie>



zondag 29 oktober 2017

Dichtersbankje | Rutger Kopland

Foto: © Hans Mellendijk | De Brink | Assen | Bankje: Jurgen Bey

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht): voorraad Mellendijk: Rutger Kopland>


Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en ver weg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

© Rutger Kopland
uit: 'Onder het vee' (1966)