Een verzameling bankjes geassocieerd met een dichter op grond van materiaal, model, situatie of locatie. Soms echter verwijzend naar een plek waar de dichter zat of gezeten zou kunnen hebben. Het blog poogt de diverse voorraden te ontsluiten.
Die d’aard van NeΓͺrlands volk in eens wil door zien steken, En weten, wat bij elk het hoogst in achting staat, Noem’ mij op markt, op beurs, bij kinders op de straat, Hij zal ze van mijn buit, de Zilvervloot, doen spreken.
Maar wat ik meer bedreef, mijn’ wezendlijken lof! “O!” zegt heel Amsterdam, “daar wete wij niet of, Daar het de wisselbank gien oortje van gestreken.”
Ring! Ring! It's 7:00 A.M.! Move y'self to go again Cold water in the face Brings you back to this awful place Knuckle merchants and you bankers, too Must get up an' learn those rules Weather man and the crazy chief One says sun and one says sleet A.M., the F.M. the P.M. too Churning out that boogaloo Gets you up and gets you out But how long can you keep it up?
Gekromd, zacht momplend, stromplend met haar stokje Ontkomt zij ’t wreed gevaarlijk straatgewoel. Bereikt is de oude bank, haar troostrijk doel. Ze ontvlood de broeiing van haar zolderhokje, Waar hing de lucht beklemmend zwaar en zoel. Van ver een kerk tampt vroom een bedeklokje. Vaalzwart de mantel over ’t rosbruin rokje, Rust ze op haar plekje, geurig, lommerkoel.
Tevreden zit zij, tot de zon gaat tanen En ’t blinkend slootje vloeit vol avondgoud En kijkt, al mijmrend, in het wandelwoud.
Daar leidt een zoon zijn moeder door de lanen – Dan schrijnt haar hart, vol ongestilde tranen, Dan voelt zij zich verlaten, moe en oud.
Collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Inge Boulonois π
21%
Voor kranten, boeken, bladen is het zuur En idem voor concertzaal en theater Voor schouwburg en museum ook een kater Een domper voor de “hogere” cultuur
Goddank komt NeΓͺrlands top niet in ’t geding: Niet duurder wordt een dagje Efteling
Profeet van PΓ’turages en zuiderzonminnaar, maar meer dan dit: diepbewogen dichter die de zware dingen van buiten licht schiep, herschiep als de kompleet blauwe lucht, - herder die het onvruchtbare gebeuren van buiten, naar het grote centrum dreef, de oasis, de keure van frisheid... In ons zelve hebben wij de Jordaan; allen die nog Godsvreemd en belΓ’an met de erfzonde zijn, - de dubbele machteloosheid van het naar buiten kijken en de loutering, dit is de permanente zege in ons: patos en tragiek, dit het innerlike, daarom het heilige 'veni, vidi, vici', - al die machteloze vreemdelingen van buiten, al de gebeurtenissen zullen wij godskinderen verfrissen door het heiligmakende water van onze Jordaan. Kunst is de alles overstelpende liefde en de alomvattende. Als de zoon van Tobias die ter genezing van zijn vader uittoog naar een ver land, en daar de vis haalde met de kieuwen uit het water: de ogen van zijn vader het licht schonk.
Kunst is de liefde in elke daad. Kwintessens. En het volledig liefde zijn. En dit is liefde als Vincent deed: de talenten die hij kreeg, tot de waanzin, tot het leed dat vreugde wordt, levend maken.
Niet het zijn of niet te zijn is de levensopgaaf, maar het misterie van het zijn vult alles. Het eigen zijn. Dat over alles te leggen. Wordt eigen zijn van de omgeving. Alles te vervormen, te martelen, te doden tot schoonheid. Je zelf dood rekenen voor de wet, om de wet van je zelf te verbreden. Abstraksie van je zelf, want deze kosmiese liefde vult gans je zelf: Bron van den aardbal. Vincent. Zo is hij. Hij is niets en hij is alles. Als de priester: meester en dienaar. En de wijn die eenvoudig perelt in de kelk is plots onder de adem van liefde, bloed geworden. Levende drank.
Heel jong, - nauwlijks had ik je herkend, - heb ik gevraagd: 'Vader, die kiezel is zo schoon, hoor je zijn schoonheid onder de trage tred van mijn laarzen? Maar zie deze ronde schijf in de zon.'
Door wouden gaan. Pijnboomnaalden vallen als vingers van de bomen. Vingers zijn verlangen van lange, lome lust. In de boomgaard hangen kersen, aan lange, stramme takken, vruchten die zich saampersen als kinderlippen. Niet tastbare gloed waarin zij bloeden als een zinnelike boetedoening.
'Maar alle schoonheid, mijn zoon, is in de brand van je ogen. Ogen zijn steeds blauw als de zeestrandrand.'
III
Leed als de golven van de oceaan die baren witte blaΓ’n van bloesems. Leed als van blaren aan de bomen. Bomen die kruinen worden, kruinen: der bergen wit gehelmde horden.
Het arme leed wanneer het wordt ontzaggelik in het dragen aller leed, wordt scheppend leven weer. Wie al de noodbaren in zich stort, tot een fontein van helder water wordt hij weer. Wie leed als landen torst draagt in zijn flank de vruchtbaarheid van honderdduizend zielen.
IV
De stem van Vincent
Laat ons de blaren van alle leed vergaren. De aarde, ook vermoeid, heeft nooit dode blaren gedragen. De aarde wondt om, in de driedagestond, te laten herrijzen onder de loodzware kus van de liefde.
En is die kus weerom licht leed, leed, dat alles is, - Ik ben Die is, - o, laat deze zoen niet verloren gaan want elke zoen is gloΓͺn van goed.
Nooit wassen dode vruchten aan de bomen. De pijnen snikken eeuwig en laten hun lange tranen als vingers vallen. Weet dit, mijn zoon: wanneer alle leed leven wordt, houdt op het leven leed te zijn.
V
Kristus, Verlosser. Het Kruis vergaarde al het leed. Toen wierp hij weg het huis van zijn leed. Drie dagen en de schildwacht schrok. De kunst is groot. Een kruis van leed... dan valt het huis maar alles blijft.
En telkens woont 't woord onder ons dat ons beloont,- nieuw. De weg van de Verlosser, de weg van het leed: een hoogvlakte van geluk.
Foto: Albert Hagenaars | Bankjes rond Borgvlietsedreef Bergen op Zoom
Uit de collectie Mellendijk (keuze gedicht en dichter) voorraad Albert Hagenaars: Driek van Wissen π
Oerbeeld
Reeds in de oertijd waren wij seksisten. Dat zie je aan een beeldje dat men vond Met borsten en met billen, fors en rond Terwijl het lijfje wel een hoofdje miste.
Wij waren toen waarschijnlijk allen apen, Maar naar dit beeld is dus de vrouw geschapen.
In a white room with black curtains in the station Black roof country, no gold pavements, tired starlings Silver horses ran down moonbeams in your dark eyes Dawn light smiles on you leaving, my contentment
I'll wait in this place, where the sun never shines Wait in this place, where the shadows run from themselves
You said no strings could secure you at the station Platform ticket, restless diesels, goodbye windows I walked into, such a sad time, at the station As I walked out, felt my own need, just beginning
I'll wait in the queue when the trains come back Lie with you where the shadows run from themselves
At the party, she was kindness in the hard crowd
Consolation for the old wound now forgotten Yellow tigers crouched in jungles in her dark eyes Now gets morning, goodbye windows, tired starlings
I'll sleep in this place with the lonely crowd Lie in the dark, where the shadows run from themselves
Foto: Albert Hagenaars | Palestrinastraat 18 te Bergen op Zoom
Uit de collectie Mellendijk (keuze song en songwrtiter) voorraad Albert Hagenaars: Boudleaux Bryant π
Speel "Bird Dog"
af op Apple Music
"Bird Dog
Johnny is a joker (he's a bird) A very funny joker (he's a bird) But when he jokes my honey (he's a dog) His jokin' ain't so funny (what a dog) Johnny is a joker that's a-tryin' to steal my baby (he's a bird dog)
Johnny sings a love song (like a bird) He sings the sweetest love song (ya ever heard) But when he sings to my gal (what a howl) To me he's just a wolf dog (on the prowl) Johnny wants to fly away and puppy-love my baby (he's a bird dog)
Hey, bird dog get away from my quail Hey, bird dog you're on the wrong trail Bird dog you better leave my lovey-dove alone Hey, bird dog, get away from my chick Hey, bird dog, you better get away quick Bird dog you better find a chicken little of your own
Johnny kissed the teacher (he's a bird) He tiptoed up to reach her (he's a bird) Well he's the teachers pet now (he's a dog) What he wants he can get now (what a dog) He even made the teacher let him sit next to my baby (he's a bird dog)
Hey, bird dog get away from my quail Hey, bird dog you're on the wrong trail Bird dog you better leave my lovey-dove alone Hey, bird dog get away from my chick Hey, bird dog you better get away quick Bird dog you better find a chicken little of your own He's bird……