vrijdag 28 augustus 2020

Dichtersbankje | Peter John Koets


Foto: © Peter Bevers | Vrouwtje van Stavoren | Stavoren

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Peter John Koets⇲

Het Vrouwenzand

1.
Aan bakboord in aan stuurboord uit!
Weg met het nietig graan
Zo sprak de weduwe in sameet
Met paarlen overdekt gekleed
vergramd een zee-man aan.

Niet één in schatrijk Stavoren
Was zo maatloos rijk als zij
Haar schepen ploegden elke zee
en voerden van de verste ree
steeds nieuwe schatten bij

2. “Nu breng”, beval zij eens grillig trots
“Nu breng van Noordse strand
Mij edelst wat uw oog aanschouw
Geen hoge prijs die mij onthou
Ga dien mij met verstand!”

Toen had de scheepsvoogd lang gewikt
Bij het onbeslist besluit
“In' 't eind wat zou boven het graan
de glorie van het noordoosten gaan?”
Zijn weifelen had uit

3.
Hij keert, zij komt, hij toont de schat
Die proef geeft van zijn trouw
Maar zij ontkleurt in woede en waan;
“Wat scheepszij hebt gij ingelaan”?
“Aan bakboord eedle vrouw

Aan bakboord in, aan stuurboord
weg met dat kaf in zee!...
Is dat het uitverkoren deel
Mij toegedacht? ...'t Is mij teveel
Weg met dat kaf in zee

4.
Neen roept het scheepsvolk, “Neen mevrouw!
Dat wierp te zwart een blaam
Alsof gij in vermetele spot
de giften smaaddet van uw God
Voor eeuwig op uw naam!”

En trillend: “Wie betaald het goed
waarover ik beschik?
Wie ben ik? Uwe meesteres?!
Wie vraagt, wie duld uw zedeles
In zee, 'k gebied het; Ik!”

5.

“Ach vrouwe! Een deel aan ons een deel”
Krijt's armen luiden toon
“Wie armoe bijstaat in haar nood
Wint zich voor geschonken brood,
Des Heeren gunst tot loon!”

“Des Heeren gunst.. 'k Behoef ze niet
'Ben met mijn' tevree-
En 'k deel wie mij een aalmoes vraagt
Wanneer en zo het mij behaagt
Maar nooit om gunsten meel”

6.
” Boet vrouwe!” klinkt een achtbre stem-
“Boet af die schrik-bre schuld!
Uw trotsheid raakt ten wisse val...
Weet dat de dag eens komen zal
Wanneer gij beedlen zult!”

“Ik beedlen! ....Priester als deez' ring
Die aan mijn vinger blinkt,
Weer uit de golven opgedoemd
Uw leugentaal mij waarheid roemt..
Niet eer....” 't Juweel verzinkt!

7.
En nauw verving ten tweede maal
Weer 't licht der duisternis
Daar toont bestorven als de dood
De kok haar 't fonkelend kleinood
Gevonden in een vis.

De roede trof – en zee en vuur
en rampen zonder tal
Bewezen aan de snode vrouw
Die ' Heren gunsten derven wou
Hoe hoogmoed komt ten val!

8.
Nu was in schatrijk Stavoren
Niet één zo arm als zij:
Nu smeekte zij in bittre nood
In 't snakken naar een stuksken brood
“Erbarm u over mij!

9.
Was of de vloek haars overmoed
Zich stortte op heel de stad:
Het blinkend mooie Stavoren verviel
Het wrekend zand weerde elke kiel
Die eens haar waat'ren mat.

Nog ziet men daar tot op deze dag
aan woest en eenzaam strand
Een veld van loze halmen staan-
Zij spreken van van 't verworpen graan
De vloek van 't “Vrouwenstrand”




maandag 24 augustus 2020

Dichtersbankje | Hendrik Carette

 
Foto: © Peter Bevers | Relweg. Wijk aan Zee

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Hendrik Carette⇲
 

Eeuwig roersel

Aan de grazige weiden van het koele waterland
hertaalde de vernuftige Bruggeling Simon Stevin
de Latijnse term perpetuum mobile
in zijn helder Nederduits als eeuwig roersel.

In het jaar 1602 reed zijn houten zeilwagen
op het zand van een strand in het bevrijde noorden
met aan het roer de kordate prins Maurits
de latere moordenaar van Johan van Oldenbarnevelt.

De hoge zeilen klapperden in de voorjaarswind
en de voortgang van dit zwaar beladen landschip
vond plaats in het streng ingedijkt polderland
aan de grazige weiden van het koele waterland.


maandag 17 augustus 2020

Dichtersbankje | Jona Lewie

Foto: Albert Hagenaars | Hangende keukens | Damsterdiep | Appingedam⇲


Uit de collectie Mellendijk (keuze tekstdichter en song) voorraad Hagenaars: Jona Lewie⇲

Jona Lewie | You'll Always Find Me in the Kitchen at Parties

You'll Always Find Me in the Kitchen at Parties

I'm no good at chatting up and always get rebuffed
Enough to drive a man to drink, I don't do no washing up
I always reached the stuff piled up, piled up in the sink
But you will always find him in the kitchen at parties
Me and my girlfriend we argued and she ran away from home
She must have found somebody new and now I'm all alone
Living on my own, what am I supposed to do?
That's why you'll always find him in the kitchen at parties
You will always find him in the kitchen at parties
You will always find him in the kitchen at parties
Then I met this debutante, I said that I like new wave rock
She was into French cuisine but I ain't no Cordon Bleu
This was at some do in palmer's green, I had no luck with her
You will still find him in the kitchen at…

zaterdag 18 juli 2020

Dichtersbankje | Poet's bench | Sandi Stromberg | Albert Hagenaars

Foto: © Albert Hagenaars | Hoogstraat | Bergen op Zoom

Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter, gedicht en vertaling) voorraad Hagenaars: Sandi Stromberg⇲ en Albert Hagenaars⇲

MONDAYS AT NOON
The carillon still plays in my mind
most Mondays at noon. Two dozen years,
thousands of miles ago, stuck

like a needle on vinyl, playing Bach
and the Beatles, Bach and the Beatles.
Notes chime over images I hoard,

from the pepper-shaker steeple
of St. Gertrudiskerk, up the Hoogstraat,
over the cobblestones, around the gentle curve

to what was once my gabled house.
How could I think I would live out
my days in that village with its frites

and shwarma, strong coffee and guttural
Dutch? The music cuts double-edged –
memory’s bane and balm—as I sit

across the Atlantic in my craftsman cottage.
No church bells toll the quarter hours
in the humid South, relentless sunny days

instead of the warm wrap of the North Sea’s
low, gray sky. Each recalled note lifts,
lonely as a loon’s call across the ocean.


Sandi Stromberg


S MAANDAGS ROND HET MIDDAGUUR

Op maandagen, mijmerend, hoor ik vaak nog
het carillon rond het middaguur. Ruim twintig jaar,
duizenden kilometers geleden, ingesleten

als een naald in vinyl. Het speelt Bach
en de Beatles, Bach en de Beatles. Noten
weerklinken over beelden die ik koester,

uit de peperbusvormige torenbekroning
van de Sint-Gertrudiskerk, over de Hoogstraat,
de kasseien, de bevallige bocht volgend

naar wat ik ooit mijn knusse huis mocht noemen.
Hoe kon ik denken dat ik mijn dagen zou slijten
in dat stadje met z’n friet en shoarma,

sterke koffie en schraperig Nederlands?
De muziek snijdt dubbelzijdig in het geheugen
 – verval en zalf tegelijk – wanneer ik in m’n cottage zit

aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.
Geen klokken geven de kwartieren aan
in het klamme zuiden, onder de genadeloze zon,

in plaats van die vertrouwde lage, grijze
Noordzeelucht. Elke klank van toen beurt op,
eenzaam als de roep van een fuut over het water.


Vertaling: Albert Hagenaars


Nota bene: 
De bankzetter is tot half augustus met vakantie, tot zo lang zal deze dubbele aflevering hier staan.

woensdag 8 juli 2020