Een verzameling bankjes geassocieerd met een dichter op grond van materiaal, model, situatie of locatie. Soms echter verwijzend naar een plek waar de dichter zat of gezeten zou kunnen hebben. Het blog poogt de diverse voorraden te ontsluiten.
vrijdag 25 oktober 2024
Dichtersbankje | Louis Noiret
donderdag 4 januari 2024
Dichtersbankje | Gerard Reve
Foto's: Hermi Hartjes | Waterspiegelplein, via Waterkeringweg, Amsterdam
Zie ook Amsterdam Kunstwacht | Gedenkteken Gerard Reve | Margriet Kemper 👉
Uit de collectie Mellendijk 👉 (keuze dichter en gedicht) voorraad Hartjes 👉: Gerard Reve 👉
Credo
Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt,
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn Bloed.
Afscheid
Vergeet mij maar. Doe mij maar weg
uit Uw herinnering.
Tot eens, bij toeval nog, gij leest:
'in alle stilte plaatsgevonden',
en schudt het hoofd, en gaat Uws weegs.
donderdag 9 november 2023
Dichtersbankje | Hans Mellendijk
Hoe vliegt de tijd?
Amsterdam, Overtoomse Veld, 30 april 1993
kijkt James Dean mij ongegrond opstandig aan
vanaf een verlopen calendarium uit ’91.
Ik vraag mij af, nu ik uitgeput maar voldaan,
na een lange feestelijke wandeling, in het gras lig
denkend aan zo’n enerverende vlucht uit het verleden:
‘Hoe vliegt de tijd?’
Door ’n prille meid
zag ik je zo-even nog snel verkocht
terwijl jij liever de vrijheid zocht.
Bent toen uit het Vondelpark door de wind meegezogen
met scharrelend zwerfvuil door het Rembrandtpark gevlogen.
Op het laatst neergedaald voor de GAK-kantoren.
Om als een objet trouvée, in de tijd bevroren
door mij bewust te worden geadministreerd.
Uiteindelijk in dit vers hartstochtelijk vereerd.
Seeshirt - Het 13e Erbarmen Festival - Hoe vliegt de tijd? - Varsseveld, 3 juli 1993 | Poëziepuntgl - jaargang 4 - nummer 1 - maart 2006
zondag 14 mei 2017
Dichtersbankje | Kees Godefrooij
in mijn gedichten
ik bij jou. Ontrouw
meestal met de lichten
vrijgevochten vrouw.
donderdag 10 november 2016
Dichtersbankje | Thomas Möhlmann
om niemand wakker te maken hun papieren zeilen
vol en kijkt ze zachtjes zachtjes na tot uit het raam
hij houdt als de ochtend aan komt rollen de kozijnen
en de lijsten rond de foto's op hun plaats en wacht
tot alles bedaart en iedereen aan het ontbijten slaat
hij houdt de hele dag de kleine en de grote wijzer
aan de praat, hij houdt de straat tot het schemeren gaat
in de gaten, als een jas passen hem de gang en de wanden
als een spijker hangt aan hem het huis
hij is de man die 's nachts de vuilniszakken leegt
de lepels in de la legt, de grote en de kleine
jassen aan de kapstok aan hun lusjes hangt.
© Thomas Mölhmann
uit: 'Waar we wonen', 2013.
donderdag 20 oktober 2016
Dichtersbankje | Willem Wilmink
Jonas Daniël Meijerplein
waar de Duitse militairen
joden aan het treiteren zijn.
met keurige schoenen,
lange jas en vlinderdas
wordt over het plein gedreven,
of het daar een veemarkt was.
met een spottend lachje bij
en daar kijkt een vierde Duitser
misschien toch beschaamd, opzij.
van de man met vlinderdas
en je zou opeens ontdekken
dat het je eigen vader was.
hoe het die andere zoon vergaat
die ontdekte, kijk mijn vader
is die lachende soldaat.
zaterdag 5 maart 2016
Dichtersbankje | Jules Deelder
zondag 7 februari 2016
Dichtersbankje | Joost Zwagerman
zondag 28 juni 2015
Dichtersbankje | Hans Mellendijk
Fluusterdingen
dinsdag 19 mei 2015
Dichtersbankje | Ronald Ohlsen
INSECTEN (drieluik)
I
die met zijn staketsels
ons een halt toeroept,
in zijn web ons lamlegt,
verdooft tot in dromenland
waar wij van alles niets weten.
Waren wij zulke insecten
dan speelde de wind
met onze vliesdunne vleugels
zodat het net was alsof
we zo weer weg zouden vliegen.
II
hoe het zijn zou zonder
obstakels van licht en donker.
We zouden leven voor de honing,
uitvliegen voor de koningin.
Gedragen door zonnewarmte
zouden we de blauwe, eindeloos
blauwe muur verkennen
III
Nee, ik ben niet echt
de enige die naar de zon
zit te kijken. Bijna zinloos is het
te gluren. Je mag hem
toch niet zien. Waar dacht je
dat ooit al die anderen
zich blind op staarden?
Laten we maar uitgaan
van de zekerheid van de maan
en ons eeuwige vertrouwen
in een nieuwe dag op aarde.
© Ronald Ohlsen, 2001
vrijdag 16 januari 2015
Dichtersbankje | Cees Buddingh'
Bij een vroegere partij van Jan Timman
‘k Zag je voor ‘t eerst, Jan, bij een wedstrijd tussen
Dordrecht en Delft. Jij speelde aan ‘t tweede bord
tegen Leo Jansen. Je was nog maar veertien,
maar al na ‘n uur had Leo zó’n rood hoofd.
Zelf zat ik aan bord acht. En telkens als ik
gezet had ging ik even kijken of hij
nog altijd leefde: twee pionnen achter,
maar ongelijke lopers en iets meer tijd.
Je zat erbij als ‘n dromerig leerling-beultje,
haast verontschuldigend, alsof jij ‘t ook
graag anders had gezien, maar ja: het moest.
Het was je vak, daarvoor was je gekomen.
Toen Leo er toch nog remise uit goochelde
keek je eerder beteuterd dan bedroefd.
C. Buddingh’
Dit gedicht is in verschillende boeken gepubliceerd. Natuurlijk ook in BUDDINGH’ GEBUNDELD, gedichten 1936 – 1985, bezorgd door Wim Huijser. Zie pagina 746. De schrijver, dichter, schaker Buddingh’ heeft meer schaakgedichten geschreven die ook in deze bundel zijn opgenomen.
Ir. P.J. Torbijn publiceerde dit gedicht in het derde deel van zijn SCHAAKGEDICHTEN. Zie pagina 39.
Zie ook het artikel van Hans Berrevoets Dordrecht is achtdagen een veelzijdige schaakstad
vrijdag 26 december 2014
Dichtersbankje | Karel Kneulman
Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers: Carel Kneulman>
Wat mij beweegt
mijn handen dromen
in samenspel van bewegen,
in verwondering ontstaan
de beelden,
de wezens
van zijn
en zingen
© Carel Kneulman
dinsdag 23 december 2014
Dichtersbankje | Elly de Waard
Winter is het, Kerstmis spoedig,
Onder het poetsen wordt geoefend
In het zingen door mijn moeder.
Donker is het dagelijks vroeger,
Koper blinkt, de kachel brandt.
In de koude hak ik hout.
Sterren schieten uit de schoorsteen,
Regenen wensen naar beneden
Waar standvastig en aanbeden
Venus op de dakpunt staat.
Binnen ruikt het naar gebak
Dat de oven heeft verlaten
En naar vlees dat wordt gebraden.
Voeten rennen door de kamers,
Stemmen wisselen kreten uit.
Onbeschaamd als blauwe luchten
Waar een sneeuwbui zich in uitschudt,
Vliegensvlug in achterhalen
Van wie vluchtend en toch dralend
Zo mijn kussen niet ontloopt -
Fantoom van licht, waar heb je je
Verstopt? Lig je, slaap je, heb
Je je sterren van ogen dicht?
Ruwe nimf ben je, vlinderlicht
Je lieftallige hielen gelicht.
Verlegenheid heeft appelrode wangen,
Je kunt ze proeven, kunt ze vangen,
Kunt ze tussen het sparregroen hangen,
Blozende als zonsondergangen
Zijn ze, gave, glanzende vrucht.
Winter is het, Kerstmis nadert,
Het huis in rust en het ademt
Uit zijn schoorsteen witte rook.
De hemel is bestrooid met sterren,
Een pruik van sneeuw ligt op de dennen,
Men is thuis, er wordt gestookt.
© Elly de Waard
uit: Strofen,
De Harmonie, Amsterdam 1983
vrijdag 19 december 2014
Dichtersbankje Jozef Slagveer
| Ik (1968) ik had mij een pak van de christenen aangemeten maar het zat zo slap aan het lichaam van een neger ik heb me gewassen met jasmijnen en mijn kra danst van zoveel geluk negerachtig of vernegerd ik ben mezelf trouw gebleven bron (uit: Moetete. Eldorado, Paramaribo 1968) |
Voor meer Surinamse dichters zie Gedachtenbank>
woensdag 17 december 2014
Dichtersbankje | Remco Campert
Op de Overtoom
Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen
ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd
wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren hangt nog aan me
ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden
we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?
omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit
© Remco Campert
Uit: Nieuwe herinneringen.
De Bezige Bij, Amsterdam, 2007
maandag 15 december 2014
Dichtersbankje | De Maximalen | Arthur Lava
of een opgewekte blues, ik swing op elke
hiphopversie van Vivaldi, mijn smaak
kent geen limiet, dus leve het licht ontvlambaar
geuzenlied, de wals voor weduwen en wezen,
de bloedeloze stierenvechtersrapsodie.
En vanzelfsprekend zweer ik bij de alchemie
van een schlager voor de goede zeden
of een nocturne voor de ochtendmens.
Maar wat bovenal moet worden aangeprezen
is een marsmuziek, jawel een marsmuziek,
die de mensheid van marcheren zal genezen.
© Arthur Lava
uit: 'Bravissimo!', 1994.
zaterdag 13 december 2014
Dichtersbankje | Joost van den Vondel
Wat schande moet mij nog, eilacy! wedervaren!
Wat droefheid, wat verdriet, wat leed komt mij nog aan,
In dees mijn wintertijd, die haast zou zijn gedaan!
Wanneer ik overdenk èn ’tgeen ik was vóór dezen,
En wat ik, tot mijn smaad, moet tegenwoordig wezen;
Wanneer ik mij bezie in dees mijn hoogste nood,
Mijn lijden is te zwaar, mijn ongeluk te groot.
Maar doch, indien mij ’t leed, indien de hoge stromen
Van zo veel lijdens mij zal moeten overkomen,
Ik lijd ze, zo ik kan, ik wacht ze met geduld,
Ik voeg mij na de tijd, hoe ’t ongeval ook brult.
Maar gij, Mary! en gij, o rei der Heil’ge Maagden!
Die ’t al, èn lijf èn goed, ook voor de Godsdienst waagden,
Ai, ziet mij gunstig aan, hebt achting op mijn druk
Hebt meelij met mijn lot, en dit mijn ongeluk!
U heb ik toevertrouwd, U heb ik, al mijn dagen,
Nadat ik ben verlicht, mijn liefde toegedragen;
’k Heb U mij toegewijd, en U ik mij nog geef
Ai, maakt weer (want gij kunt), dat ’k eeuwig met U leef!
woensdag 19 november 2014
Dichtersbankje | Ankie Peypers
Je zou een mooi lang land zijn.
Gestrekte armen, je voeten samen,
de ronding van je hoofd;
meridianen om je te verdelen.
Ik heb je niet geleerd op school,
geen dwarsdoorsnede op het bord
dunne lagen tijd,
verstenend.
We praten
maar ik ken je grenzen niet
de kanalen die je hebt gegraven niet
nergens cirkels van je steden
geen windroos in een hoek, geen vaan.
Geen kust waar ik aan land kan gaan.
vrijdag 14 november 2014
Dichtersbankje | François Pauwels
Uit de collectie Mellendijk (keuze dichter en gedicht) voorraad Mannen van Bevers:
François Pauwels>
Vaderland
Ik ben geen Hollander, ik ben een mens
en alle mensen zijn mijn landgenoten,
ik voel mij niet door band of boei omsloten
dan door de Liefde wijd-getrokken grens,
mijn oog verdraagt geen microscoop, geen lens
die 't enge beeld onmatig zal vergroten
en van de wentelende wereldkloten
ken ik alleen de wereld van mijn wens!
Er is geen kleur van huis, noch vreemde taal,
wij sterven allen aan dezelfde kwaal
die tussen dood en leven wordt gesponnen
en waar het eenzaam hart in wanhoop slaat
daar is het land waarin mijn vaandel staat
en waar de strijd in vrede wordt gewonnen!
Uit: Dag van leugen’ uit 1952
© Francois Pauwels
zaterdag 8 november 2014
Dichtersbankje | Remco Campert
Verzet begint niet met grote woorden
Verzet begint niet met grote woordenmaar met kleine daden
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
met een kleine bron
verscholen in het woud
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
daarmee begint verzet
.jpeg)





.jpg)